Erfenis en erfrecht: erven, erfgenamen & verklaring erfrecht
Wanneer je familie of echtgenoot c.q. partner overlijdt, word je erfgenaam. De erfenis of nalatenschap kun je dan aanvaarden of verwerpen of ook beneficiair aanvaarden. Als iemand is overleden, moet er - ondanks het verdriet - veel geregeld worden. Het erfrecht bevat wettelijke bepalingen en regelt de overgang/overdracht van vermogen. De nalatenschap, rechten en plichten van de overledene gaan over op de erfgenamen.- Erfenis (nalatenschap)
- Testament
- Wettelijke bepalingen bij erfenis en erfrecht
- Schulden erven: verwerpen of aanvaarden van de erfenis
- Onbevoegd erfgenaam
- Regelend recht en erfrecht
- Bewind en bewindvoerder
- Schenking voorschot en erfdeel
- Legitimaris en legitieme portie
- Erfgenaam: testamentair of krachtens de wet
- Scheiding en verdeling - Artikel 1115 BW
- Erfgenaam en rangorde, familie
- Plaatsvervulling
- Nalatenschapsafwikkelaar en mediator
Erfenis (nalatenschap)
Wanneer een familielid, naaste of dierbare overlijdt, moeten er heel veel dingen worden geregeld. Er komen regelingen, beslissingen en wettelijke begrippen aan de orde, waar je nooit van gehoord hebt en waar je hoofd helemaal niet naar staat met alle emoties en verdriet waar je midden inzit. Een van de vele zaken die zich opdringt is het regelen van de nalatenschap of erfenis. Op het moment van overlijden van iemand treedt meteen het erfrecht in werking en krijg je te maken met het feit dat je ineens erfgenaam bent en zaken moet regelen die met een erfenis te maken hebben. Het gaat vaak om meerdere erfgenamen, die het met elkaar eens moeten zien te worden. En hoewel het natuurlijk mede afhangt van hoe de band voorheen was, komt het in de praktijk vaak voor dat het regelen van de erfenis aanleiding kan zijn tot conflicten, ruzies en problemen. Helaas heb je bij een aantal zaken geen keus; er moeten allerlei formele zaken geregeld worden, waar alle nabestaanden en erfgenamen bij betrokken zijn, gewild of ongewild, met of zonder conflicten.Testament
Testamentair erfrechtWanneer degene die is overleden een testament heeft gemaakt, is er sprake van testamentair erfrecht. Dat wil zeggen dat de regels gelden die in het testament zijn vastgelegd, de basis vormen van waaruit gehandeld moet worden. De verdeling vindt (in principe) plaats zoals dit in het testament bepaald is.
Gevolmachtigde erfgenaam
Over het algemeen wordt door de erfgenamen één erfgenaam gemachtigd (bij volmacht) om de erfenis van de overledene af te handelen; dit wordt de gevolmachtigde erfgenaam genoemd.
Soms is er een executeur die deze zaken regelt. Een executeur is degene die door de overledene (erflater) aangesteld/aangewezen is om de nalatenschap (erfenis) af te handelen.
Versterfrecht
Indien er geen testament is, wordt de erfenis volgens de wet(telijke bepalingen) verdeeld. Dit is wettelijk vastgelegd in het erfrecht. Dit wordt wettelijk erfrecht of versterfrecht genoemd. De erfgenamen moeten het echter wel allemaal met elkaar eens zijn, voordat de erfenis kan worden verdeeld en afgehandeld. Indien het niet zeker is of er überhaupt een testament is, kan dit nagevraagd worden bij het Centraal Testamentenregister (onderdeel van het Ministerie van Justitie) in Den Haag.
Wettelijke bepalingen bij erfenis en erfrecht
Erfrechtbepalingen is het geheel aan bepalingen en regels die wettelijk vastgelegd zijn en regelt de overgang van vermogens. Of anders geformuleerd: de overgang of overdracht van zaken, rechten en verplichtingen op een ander dan de oorspronkelijk rechthebbende. De nalatenschap (erfenis), rechten en plichten van de overledene: erflater, gaan over op de erfgenaam of erfgenamen. Erfgenamen worden ook wel de erven van ... genoemd. Hetzelfde woord wordt ook in de betekenis gebruikt van: 'van iemand iets erven'.Schulden erven: verwerpen of aanvaarden van de erfenis
Het erfrecht regelt in principe ook wie er erfgenaam zijn. In sommige gevallen gebeurt het namelijk dat iemand die -omdat hij of zij familie/bloedverwant is- weliswaar wettige erfgenaam is, maar dit zelf helemaal niet wil. Bijvoorbeeld omdat er ruzie was met de erflater (overledene) of omdat het vermogen dat de erflater nalaat een negatief saldo heeft c.q. uit schulden bestaat.Een erfenis of nalatenschap hoeft namelijk niet altijd te betekenen dat je iets krijgt, maar houdt soms ook in dat je schulden (negatief vermogen) van de overledene moet betalen. Er in dat geval dus sprake is van meer schulden dan baten.
Verwerpen
Verwerpen houdt het niet aanvaarden/accepteren van een erfdeel in, er afstand van doen.
Beneficiair aanvaarden
Beneficiair aanvaarden wordt ook wel aanvaarding onder het voorrecht van boedelbeschrijving genoemd. Dit is een speciale of aangepaste manier van accepteren van een erfdeel. Indien er niet voldoende bezittingen zijn om de eventuele schulden van de erfenis te betalen, hoeft de erfgenaam het tekort niet zelf bij te betalen en is dus niet aansprakelijk met het eigen vermogen. Dit houdt in dat schuldeisers van de erflater hun vorderingen dan niet op de erfgenaam privé kunnen verhalen.
Verklaring arrondissementsrechtbank
Zowel voor het verwerpen van een erfenis als voor een beneficiaire aanvaarding moet er een verklaring worden afgelegd bij de griffie van de arrondissementsrechtbank binnen het gebied waar de erflater is overleden. Dit kan d.m.v. een formulier dat bij de betreffende arrondissementsrechtbank opgevraagd kan worden. Deze verklaring kost wel geld.
Bovenstaande twee opties zijn het niet of niet geheel aanvaarden van een erfenis.
Aanvaarden
Aanvaarden, ook wel zuiver aanvaarden genoemd, betekent het accepteren van een erfdeel (inclusief de schulden). Dit ongeacht of het saldo positief of negatief is, met alle hieraan verbonden rechten en plichten. Op grond van deze aanvaarding wordt iemand dan erfgenaam.
Boedelkosten
Erfgenamen moeten moet bij een erfenis ook altijd rekening houden met boedelkosten. Dit zijn de kosten voor de begrafenis of crematie, notariskosten en eventuele andere kosten van deskundigen en adviseurs (accountant, belastingadviseur, mediator e.d).
Recht van Beraad
In het algemeen kan gesteld worden dat het altijd goed is om informatie in te winnen over de bezittingen en schulden van de overledene, voordat een beslissing genomen wordt om deze wel of niet te aanvaarden. De wet geeft ook de tijd om dit uit te zoeken. Deze bedenktijd wordt het recht van beraad genoemd.
Onbevoegd erfgenaam
Het is wettelijk geregeld dat bepaalde mensen geen erfgenaam mogen zijn. Er zijn twee groepen, te weten onbevoegdheid om te erven en erfdeel onthouding ook wel onwaardigheid om te erven genoemd. Onbevoegdheid om te erven speelt alleen een rol als iemand krachtens een testament iets krijgt.Degenen die in hun positie anderen zodanig kunnen beïnvloeden, dat de erflater het mogelijk niet geheel uit vrije wil heeft gedaan. Onbevoegd zijn:
- de notaris die het testament heeft gemaakt
- de behandelende arts
- de geestelijk verzorger die iemand tijdens zijn ziekte heeft bijgestaan
- het personeel van een bejaarden- of verzorgingstehuis.
De wet kan dan in bepaalde gevallen verbieden dat dergelijke betrokken personen erven. Indien een van deze personen in een testament zijn bedacht, dan geldt deze bepaling als niet geschreven.
Onwaardig om te erven zijn:
- degene die veroordeeld is de erflater te hebben omgebracht (vermoord) of een poging hiertoe gedaan heeft. (Dit geldt niet als de moordenaar niet kan worden veroordeeld, zoals b.v. wegens ontoerekeningsvatbaarheid)
- degene die de erflater door geweld of op een andere manier heeft belet het testament te maken of te herroepen
- degene die het testament heeft vervalst.
Regelend recht en erfrecht
Het erfrecht geeft ook een aantal regels over hoe een nalatenschap verdeeld moet worden. Deze regels zijn vrijblijvend, d.w.z. er mag van afgeweken worden. Door juristen wordt dit regelend recht genoemd. Deze vrijblijvendheid geldt echter niet indien er minderjarige personen erfgenaam zijn. In dit geval is er sprake van verplichtende voorschriften en houdt de kantonrechter toezicht op de scheiding en verdeling. De kantonrechter ziet er met name op toe dat de belangen van de minderjarige niet worden geschaad.Bewind en bewindvoerder
Soms kan een erfgenaam niet zelfstandig beschikken over hetgeen hij/zij geërfd heeft, doordat er sprake is van bewind en een bewindvoerder. Dit houdt in dat het erfdeel voor een bepaalde periode door de bewindvoerder wordt beheerd. Meestal is dit in het geval van minderjarigheid van de erfgenaam.Schenking voorschot en erfdeel
De wetgever gaat er vanuit dat een schenking die tijdens het leven (door de overledene) is gedaan een voorschot is op het erven. Deze wettelijke bepaling gaat tevens uit van gelijke monniken, gelijke kappen, met name waar het kinderen betreft. Als b.v. een kind uit een groter gezin met meerdere kinderen van een ouder voor het overlijden als enige een schenking heeft ontvangen, wordt dit verrekend. Dit gebeurt via de zogenaamde regels van inbreng.In grote lijnen komt inbreng er op neer dat alles dat tijdens het leven al als schenking is ontvangen, in mindering wordt gebracht op het erfdeel. Een erfdeel is het gedeelte van de erfenis (nalatenschap) waarop een erfgenaam recht heeft. Een voorbeeld. Mevrouw A, weduwe, heeft drie kinderen. Eén kind B heeft ze tijdens haar leven € 3000,- geschonken. Mevrouw A overlijdt en laat € 21.000,- na. Zonder inbreng zou ieder kind € 7000,- erven. Met inbreng krijgt ieder € 8000,-. Dit houdt in dat kind B nog maar € 5000,- krijgt.
De wet geeft een erflater echter wel de mogelijkheid om uitdrukkelijk te bepalen dat één of meer schenkingen niet ingebracht hoeven te worden. Indien dit door mevrouw A bepaald was, had ieder kind in bovenstaand voorbeeld € 7000,- euro gekregen.
Legitimaris en legitieme portie
In het erfrecht is geregeld dat bepaalde personen altijd moeten kunnen erven. Deze erfgenamen worden legitimarissen genoemd. Een legitimaris is dus iemand die recht heeft op een in de wet bepaald deel, wettelijk erfdeel, een zogenaamde legitieme portie van de erfenis (nalatenschap). Zo zijn eigen kinderen legitimarissen en hebben ieder recht op een eigen erfdeel. Een erflater kan wel proberen om hieronder uit te komen -b.v. bij ruzie of conflict- door tijdens het leven heel veel weg te schenken of door een testament te maken. Toch kan hij of zij niet helemaal vrij beschikken over een bepaald gedeelte van zijn/haar vermogen. Legitimarissen kunnen namelijk een beroep doen op hun legitieme portie en hiermee zorgen dat hun wettelijk erfdeel terugkomt in de nalatenschap. Dit kan door erfstellingen en legaten die in een testament gemaakt zijn in te korten of door zaken die geschonken zijn, weer terug te halen in de nalatenschap:- Erfstelling: De tot erfgenaam benoemde gerechtigd maken tot een evenredig gedeelte van het vermogen van de erflater. Anders gezegd: de overledene laat zijn of haar vermogen na aan één of meerdere personen.
- Legaten: Een legaat is een duidelijk en specifiek omschreven goed of geldbedrag dat aan iemand nagelaten wordt. Degene die dit ontvangt wordt legataris genoemd. Een legataris kan, maar hoeft niet, tot de wettelijke erfgenamen te behoren.
Erfgenaam: testamentair of krachtens de wet
Een erfgenaam is iemand die door de wet of een testament is aangewezen om 'te treden in de rechten en verplichtingen van de overledene' (erflater).- degene die door de wet is aangewezen wordt erfgenaam krachtens de wet genoemd
- degene die bij testament is aangewezen wordt testamentair erfgenaam genoemd.
Behalve de benaming is er geen wezenlijk verschil. Kenmerkend voor een erfgenaam is dat hij/zij geen recht krijgt op bepaalde onderdelen van de nalatenschap, maar voor een breukdeel recht heeft op een aandeel in alle samenstellende delen. Dit is ook de reden dat er nog gescheiden en verdeeld moet worden. De wettelijke verdeling is van toepassing indien de overledene geen testament heeft gemaakt en een echtgenoot of geregistreerd partner achterlaat en minstens één kind.
Scheiding en verdeling - Artikel 1115 BW
Van het hele erfrecht blijkt dit in de praktijk de meeste moeilijkheden te geven. Niet vanwege het recht of de regels, maar er zijn vaak meer gegadigden voor een kostbaar of dierbaar stuk (b.v. trouwring van overledene, meubelstuk, antiek etc). Het Burgerlijk Wetboek zegt over verdelen (in artikel 1115) het volgende. Als alle erfgenamen aanwezig zijn, niet minderjarig of niet failliet of onder curatele gesteld, kunnen ze verdelen op de manier die ze zelf goed vinden. Voor de duidelijkheid: er bestaat geen vrijheid om te bepalen hoe groot de erfdelen zijn; dit bepaalt de wet of het testament van de erflater. Alleen de manier waarop verdeeld moet worden is wel vrij. Indien er wel minderjarigen of onder curatele gestelde erfgenamen zijn, schrijft de wet een vastlegging van de verdeling in een notariële akte voor. In dit geval is het raadzaam c.q. nodig om een notaris in de arm te nemen, aangezien er tal van formaliteiten bij komen kijken.Verblijvingsgeding
Ook is er de mogelijkheid tot verblijvingsbeding. Dit is een overeenkomst waarbij afgesproken wordt dat goederen, die gemeenschappelijk eigendom zijn van twee of meer personen, na het overlijden van één van de personen aan de andere(n) gaan toebehoren.
Erfgenaam en rangorde, familie
Alleen bloedverwanten en (daarnaast als enige niet bloedverwant) de echtgenoot of geregistreerd partner erven. Volgens de wet kunnen alleen bloedverwanten i.c. eigen familie erven. Dit houdt automatisch in dat schoondochters/zoons, schoonzussen/zwagers van de overledene niet erven volgens de wettelijke regels (zijn geen bloedverwanten).Erfgenamen zijn in de eerste plaats degenen die bij testament zijn aangewezen. Indien een erflater geen testament heeft gemaakt of niet voor alles wat hij of zij had, maar b.v. voor de helft van het vermogen, erfgenamen heeft aangewezen. In de tweede plaats komen de erfgenamen die door de wet aangewezen zijn aan de beurt. De wet heeft erfgenamen in vier rangordes (volgorde) ingedeeld: chronologisch aan bod komende groepen. Zolang er in de ene groep nog een erfgenaam is, komt een volgende groep niet aan bod.
Deze vier achtereenvolgende groepen zijn:
[OLIST]Echtgenoot, geregistreerd partner en kinderen
Ouders, Broers en zussen
Grootouders van de overledene
Overgrootouders van de overledene[/OLIST]
Ad 1. Een geregistreerd partner wordt gelijk gesteld met een echtgenoot. De echtgenoten mogen niet van tafel en bed gescheiden zijn. (Samenwonenden, ook degenen met een notarieel samenlevingscontract, erven volgens de wet niet van elkaar.)
Een erfgenaam moet bestaan op het moment van het zogenaamde 'openvallen van de erfenis'. Dit houdt concreet in dat de eventuele erfgenaam al verwekt moet zijn op het moment van het openvallen van de erfenis. Indien een vrouw zwanger is op het moment dat haar echtgenoot/partner overlijdt en het kind daarna levend ter wereld komt, is het kind ook erfgenaam.
Een stiefkind wordt niet gezien als eigen kind van de overledene en erft (zonder testament) volgens de wettelijke regels niet van zijn/haar stiefvader/moeder. De stiefvader/moeder kan in het testament laten opnemen dat het stiefkind wel als een eigen kind gezien moet worden.
Als een kind van de overledene niet meer leeft, nemen de kinderen van het overleden kind samen de plaats van het kind in (plaatsvervulling genoemd, zie hieronder).
Ad 2. Halfbroers of halfzussen erven de helft van het erfdeel van een volle broer/zus. Als een broer of zus is overleden, hebben zijn of haar kinderen recht op zijn/haar deel van de erfenis (plaatsvervulling, zie onder).
Erfgenamen die in dezelfde groep zitten, hebben allen recht op eenzelfde/even groot deel van de erfenis. Uitzonderingen hierop zijn de echtgenoot/geregistreerd partner en de ouders. Voor de partner zijn aparte regels van kracht en ouders hebben altijd recht op een kwart van de erfenis.
Als er niemand is die tot één van de vier bovenstaande groepen behoort, dan erft de Staat.
Plaatsvervulling
Plaatsvervulling doorkruist de chronologie van de vier bovengenoemde groepen. Bij alle vier groepen van erfgenamen kan er sprake zijn van plaatsvervulling. Als een mogelijke erfgenaam is overleden met achterlating van afstammelingen: kinderen, kleinkinderen of achterkleinkinderen en misschien achterachterkleinkinderen, treden deze in de plaats van de vóóroverleden erfgenaam. Deze personen worden descendenten genoemd.Staaksgewijze vererving
Plaatsvervulling vindt plaats door zogenaamde staaksgewijze vererving. De houdt in dat kleinkinderen het deel krijgen waar hun overleden moeder (kind van de overledene) recht op gehad zou hebben als ze nog geleefd had. Volgens de wet kun je met plaatsvervulling doorgaan tot in de zesde graad van de overledene. De plaatsvervulling kan ook al in een testament bepaald zijn.
Ascendenten zijn de bloedverwanten in opgaande rechte lijn: ouders > grootouders > overgrootouders. Verder gaat erven volgens de wet niet verder dan de zesde graad van bloedverwantschap. Daarna gaat alles naar de Staat. (Er is overigens één zelden voorkomend geval dat iemand in de zevende graad kan erven).
Bloedverwantschap ontstaat door geboorte. Bloedverwanten zijn afstammelingen, personen die van elkaar afstammen. De graad van verwantschap wordt bepaald door het aantal geboortes dat nodig is geweest om de verwantschap te laten ontstaan. Elke generatie die bloedverwanten van elkaar scheidt, telt voor één graad. Tussen ouder en kind zit één generatie en is dus in de eerste graad. Een kleinkind t.o.v. opa en oma is in de tweede graad etc. Als de overledene en zijn bloedverwant niet rechtstreeks van elkaar afstammen, wordt er geteld via de gemeenschappelijke stamouder (stamvader). Zo staat een neef tegenover zijn oom in de derde graad. Als voorbeeld even een vrouwelijke tak:
- 1e graads (in rechte lijn): je moeder
- 2e graads (in rechte lijn): je oma
- 2e graads (in zijlijn): moeder (1) > zus (2)
- 3e graads (in zijlijn): moeder (1) > oma (2) > tante (3)
Het rijtje is verder als volgt: