Onterechte angst voor belastingheffing over spaargeld
De belastingdruk op spaargeld wordt in Nederland als zwaar ervaren, maar in de praktijk valt het erg mee. Boven de vrijstelling moet u over uw vermogen per 1 januari belasting betalen.U moet slim met uw geld omgaan om te voorkomen dat een te groot deel naar de Belastingdienst gaat. Over uw inkomen moet u afrekenen met de Belastingdienst. Het geld dat overblijft is vrij besteedbaar netto inkomen, maar zodra u iets koopt moet u weer belasting betalen in de vorm van BTW, accijns of BPM en andere belastingen. Indien het u lukt om ondanks de heffingen toch nog geld over te houden, kunt u een spaarkapitaal opbouwen. In het geval uw vermogen stijgt boven de vrijstelling, moet u weer belasting gaan betalen over uw spaargeld. Een troost is echter dat de belastingheffing over vermogen niet hoog is in vergelijking met andere belastingheffingen.
Hoe wordt uw vermogen belast?
Jaarlijks per 1 januari wordt er gekeken hoe hoog uw vermogen is. Niet alleen uw spaargeld telt mee, maar ook bepaalde bezittingen die u als investering hebt aangekocht, zoals een tweede huis. Ook waarde in kapitaalverzekeringen (voor zover deze niet is vrijgesteld) moet u meenemen in de aangifte. Belegd vermogen telt ook mee voor het bepalen van de grondslag voor de vermogenrendementsheffing. Per belastingplichtige geldt er een vrijstelling van ruim € 21.000. Het bedrag dat hier boven komt telt mee. De Belastingdienst gaat uit van een verondersteld rendement van 4 procent over het kapitaal. Het werkelijke rendement dat u gaat maken in het betreffende belastingjaar doet niet ter zake. Over dit verondersteld rendement moet een belastingheffing worden voldaan van 30 procent.Voorbeeld
Een echtpaar bezit een spaarvermogen van € 100.000. Na toepassing van de vrijstelling, resteert er een bedrag van afgerond € 57.000. De Belastingdienst gaat uit van een rendement van 4 procent van € 57.0000 = € 2.280. Over dit bedrag moet er 30 procent belasting voldaan worden. De heffing voor dit gezin bedraagt € 684.