InfoNu.nl > Financieel > Belasting > Aanrechtsubsidie 2019 minstverdienende partner

Aanrechtsubsidie 2019 minstverdienende partner

Aanrechtsubsidie 2019 minstverdienende partner De aanrechtsubsidie 2019 is het recht op de algemene heffingskorting voor de minstverdienende partner. Ook wie weinig of geen inkomen heeft, kan recht hebben op deze belastingteruggave van de Belastingdienst en deze aanvragen. Bent u de minstverdienende partner, de niet werkende partner of hebt u een laag inkomen, dan kunt u een beroep doen op deze heffingskorting. Hoeveel u aan heffingskorting krijgt, is afhankelijk van uw leeftijd en hoeveel loonbelasting en inkomstenbelasting uw partner betaalt. Voldoet u aan de voorwaarden, laat dan deze meevaller niet liggen bij uw belastingaangifte inkomstenbelasting. Het is wel jammer dat het bedrag dat ermee gemoeid is al jaren wordt afgebouwd en daardoor in 2019 in veel gevallen lager is dan in 2018. Andere benamingen in de media voor de aanrechtsubsidie zijn aanrechtgeld, partnerkorting of aanrechttoeslag.

De aanrechtsubsidie 2019 uitgelegd


Recht op de aanrechtsubsidie 2019

In beginsel heeft iedereen recht op de algemene heffingskorting, een bedrag dat de Belastingdienst in mindering brengt op de belasting die u moet betalen. Stel u zou zonder algemene heffingskorting 20.000 euro aan belasting moeten betalen en stel de heffingskorting waarop u recht hebt bedraagt 2.200 euro, dan betaalt u per saldo nog 17.800 euro aan inkomstenbelasting. Een mooie meevaller voor wie een baan heeft. Maar als u weinig of geen inkomen hebt, lijkt deze vlieger niet op te gaan. Immers dan betaalt u ook weinig tot geen belasting, terwijl u in Nederland ook niet meer belasting kunt terugkrijgen dan u betaald hebt. Gelukkig is ook hier een oplossing voor, tenminste als u een partner hebt.

De overdraagbare algemene heffingskorting 2019

Stel in uw huishouden is er één persoon kostwinner en stel uw eigen inkomen is nul, ook dan kan de algemene heffingskorting worden uitbetaald, alleen heet deze heffingskorting dan aanrechtsubsidie, aanrechtgeld, partnerkorting of aanrechttoeslag. Daarbij speelt dat een groot deel van de politiek van mening is dat iedereen voor zijn eigen inkomen zou moeten zorgen en daarvoor niet afhankelijk zou moeten zijn van een partner. Deze stellingname heeft er toe geleid dat de aanrechtsubsidie minstverdienende partner elk jaar verder wordt afgebouwd voor de personen die geboren zijn na 31 december 1962.

Voorwaarden uitbetaling aanrechtsubsidie minstverdienende partner

Om de aanrechtsubsidie te kunnen krijgen gelden een paar voorwaarden:
  • U hebt tenminste zes maanden dezelfde fiscale partner. U hoeft niet getrouwd te zijn.
  • De minstverdienende partner is minimaal 21 jaar oud.
  • De minstverdienende partner heeft weinig of geen inkomen, waardoor de algemene heffingskorting niet (volledig) via het eigen inkomen kan worden uitbetaald.
  • De fiscale partner heeft voldoende inkomen en betaalt voldoende belasting om niet alleen zijn eigen heffingskortingen te verzilveren maar ook de aanrechtsubsidie van de partner.

Op welk bedrag hebt u recht?

Op welk bedrag u recht hebt, moet van geval tot geval worden berekend. Zo is het bedrag van de subsidie een stuk lager voor personen die na 1962 zijn geboren. Verder kan de minstverdienende ook een eigen inkomen hebben en is natuurlijk van belang hoeveel belasting de partner betaalt. Een extra baan, de eerste AOW ontvangen, het zijn allemaal factoren die van invloed zijn op wat de Belastingdienst u kan uitbetalen. Wel zijn de maximale bedragen aan te geven (2019 is nog niet definitief):

Hoogte algemene heffingskorting minstverdienende partner in 2017, 2018 en 2019, maximale bedragen:

uw geboortedatum201720182019
vóór 1963 2.254 2.265 2.275
na 31 december 1962 902 755 607

Berekening hoogte aanrechtsubsidie

U hebt in uw leeftijdsklasse recht op de maximale uitbetaling als u geen eigen inkomen hebt en uw partner voldoende inkomen heeft om de uitbetaling mogelijk te maken. Er zijn ook situaties denkbaar dat de minstverdienende wel een beperkt eigen inkomen heeft. In die gevallen is het extra opletten. In die gevallen immers zal een deel van de algemene heffingskorting wel via het eigen inkomen kunnen worden verrekend, waardoor er minder aan aanrechtsubsidie overblijft. Extra eigen inkomen voor de minstverdienende betekent dan een verlies aan aanrechtsubsidie, hoeveel die lager wordt is afhankelijk van de eigen verdiensten. Er zijn huishoudens waarin dit een belemmering is om een eigen inkomen te verwerven, voor de politiek is dit juist een reden om de bedragen verder af te bouwen.

Komt u elk jaar in aanmerking voor de aanrechtsubsidie?

Als de omstandigheden veranderen, kan het best zo zijn dat u in een bepaald jaar geen recht hebt op de subsidie, maar het volgende jaar wel. Verdient elk in 2019 meer inkomen dan in 2018, dan kan dat een verlaging van de subsidie betekenen, maar andersom kan ook waar zijn. Stel u stopt in 2019 met werken en uw partner niet, dan kan er juist meer ruimte ontstaan om de heffingskorting uit te betalen. Of als u minder aftrekposten hebt in 2018 dan in 2019, dan kan dat net het zetje zijn dat uw partner wel genoeg belasting betaald en daardoor de aanrechtsubsidie kan worden uitgekeerd. Een goed voorbeeld is de hypotheekrenteaftrek. Veel mensen sluiten hun hypotheek over tegen een lagere hypotheekrente. Hierdoor is er weliswaar minder hypotheekrenteaftrek, wordt er meer inkomstenbelasting betaald en wordt zo wellicht wel een volledige uitbetaling van de aanrechtsubsidie mogelijk. Zo is het elke keer weer plussen en minnen om te zien op welk bedrag u recht hebt.

Doe gezamenlijk belastingaangifte inkomstenbelasting

In de praktijk laten sommige huishoudens geld liggen door geen of niet gezamenlijk belastingaangifte inkomstenbelasting te doen. In een huishouden met slecht één kostwinner en een niet werkende partner is dat extra jammer, omdat het dan om forse bedragen kan gaan, zeker wanneer u recht hebt op het volle pond. U kunt de aanrechtsubsidie ook maandelijks laten uitbetalen (elke maand een twaalfde deel) door de voorlopige aanslag inkomstenbelasting op tijd in te vullen. Gaat u gedurende het jaar wel een inkomen verdienen of meer inkomen dan u dacht, dan kunt u de voorlopige teruggaaf stopzetten. In die gevallen kan het natuurlijk ook gebeuren dat u wellicht een deel zult moeten terugbetalen. Het veiligste is dan ook de belastingaangifte inkomstenbelasting 2020 na afloop van 2019, want dan is volstrekt duidelijk wie wat heeft verdiend en wat de bedragen zijn waarop u recht hebt. Laat u zich bij uw aanvraag eventueel verder over de mogelijkheden adviseren.
© 2018 Zeemeeuw, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Aanrechtsubsidie 2013 aanvragen, minstverdienende partnerAanrechtsubsidie 2013 aanvragen, minstverdienende partnerDe aanrechtsubsidie 2013 is hetzelfde als de algemene heffingskorting voor de minst verdienende partner 2013. Deze korti…
Aanrechtsubsidie 2014 minstverdienende partnerAanrechtsubsidie 2014 minstverdienende partnerIn 2014 hebt u als minst verdienende partner recht op de aanrechtsubsidie 2014, algemene heffingskorting, maar de algeme…
Aanrechtsubsidie 2016 minstverdienende partnerAanrechtsubsidie 2016 minstverdienende partnerDe aanrechtsubsidie 2016 is een andere naam voor de algemene heffingskorting minst verdienende partner 2016. Deze aanrec…
Aanrechtsubsidie 2017 minstverdienende partnerAanrechtsubsidie 2017 minstverdienende partnerDe aanrechtsubsidie 2017 is een heffingskorting voor de inkomstenbelasting voor iemand met geen of een laag eigen inkome…
Aanrechtsubsidie 2015 minstverdienende partnerAanrechtsubsidie 2015 minstverdienende partnerHoe hoog is de aanrechtsubsidie 2015, ook wel algemene heffingskorting minst verdienende partner 2015 genoemd. Op welke…

Reageer op het artikel "Aanrechtsubsidie 2019 minstverdienende partner"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reactie

P. van Gelder, 28-03-2018 12:48 #1
Geachte,
Ik ben doende een prognose te maken voor 2018.
Ik (1943) ontvang AOW en pensioen totaal 22162 bruto.Hierover 4220 IB in 2018. Af heffingskortingen (1109+1418). Saldo dan 1693. Loonheffing in 2018 is 2356. Terug te ontvangen 663.
Mijn echtgenote (1957) heeft een eenmanszaak. Verzamelinkomen 2018 is 5418 minus verrekenbaar verlies ad 3059 geeft een belastbaar inkomen van 2359. Belasting hierover is 862 te verrekenen met heffingskortingen (2265+1630).
Vraag: kan mijn saldo ad 1693 uitbetaald worden aan mijn partner? We doen gezamenlijk aangifte.
Alvast dank voor uw reactie, met vriendelijke groet, P. van Gelder Reactie infoteur, 29-03-2018
Beste P. van Gelder,
Een deel van de heffingskortingen kan worden overgedragen, maar het deel van de ouderenkorting is niet overdraagbaar.
Met vriendelijke groeten,
Zeemeeuw

Infoteur: Zeemeeuw
Gepubliceerd: 15-03-2018
Rubriek: Financieel
Subrubriek: Belasting
Reacties: 1
Schrijf mee!