Geld en Pensioenaanspraken

Pensioengeld en de hypotheekcrisis

Pensioengeld en de hypotheekcrisis

Ook pensioengeld wordt risicovol belegd. Ons geld, een pot van bijna 680 miljard euro. Is dat geld veilig bij een pensioenfonds. Wat zijn de gevolgen van de hypotheekcrisis geweest. Wat betekent dit voor de pensioenaanspraken. Elke jongere, die nu minder pensioen opbouwt, merkt dat straks dubbel en dwars. De gepensioneerden zullen het ook aan hun koopkracht gaan merken.


Ons pensioen

Negentig procent van de Nederlanders bouwt pensioen op via een pensioenfonds, waarvoor hij pensioenpremies afdraagt. Er zijn in ons land zo’n 600 zelfstandige pensioenfondsen, waaronder de bekende grote als het ABP en PGGM. Het belegde vermogen bedraagt grofweg 680 miljard euro. Ruim 40 procent zit in vastrentende waarden, ruim 10% in vastgoed, en de rest in aandelen en andere beleggingsvormen.

De Nederlandsche Bank

De Nederlandsche Bank geeft in zijn Statistisch Bulletin nog meer gegevens. Ongeveer 120 miljard euro heeft een groter beleggingsrisico, ofwel 1/6 deel. Dat ziet er als volgt uit (cijfers juni 2007):
  • Opkomende markten: 30 miljard euro.,
  • Leningen zonder kredietoordeel: 27 miljard euro.
  • Hedgefunds: 17 miljard euro.
  • Private equity: 16 miljard euro.
  • Junk bonds: 15 miljard euro.
  • Grondstoffen: 15 miljard euro.

Hoe groot dat risico is wordt ons nog niet verteld, maar van termen als Leningen zonder kredietoordeel of Junk Bonds word ik niet vrolijk. Zeker niet als je daar de 11% vastgoed, 75 miljard euro, nog eens aan toevoegt. Welk vastgoed en waar. Bovendien is het een totaalplaatje over alle pensioenfondsen. Per pensioenfonds kunnen er grote verschillen zijn.

De rente

Door het aandeel aan vastrentende waarden van 42%, zal een verder oplopende rente de kassen verder vullen. Maar tegelijkertijd zijn de rente en beurzen een soort van communicerende vaten. Als de rente oploopt, valt de beurs vaak terug en neemt het risico toe. Dus of dat per saldo nu echt gunstig zal zijn, is nog de vraag. Bovendien gaat een oplopende rente vaak gepaard met een oplopende inflatie. Dat zal de druk op de pensioenfondsen doen toenemen om de pensioenen verder te indexeren, wat weer leidt tot sterk hogere lasten.

Analyse

Als je de gegevens van de DNB goed bekijkt, kun je daar nog onvoldoende uit afleiden. De cruciale vraag zal dan ook zijn in hoeverre de pensioenfondsen verliezen hebben geleden op hun risicovolle beleggingen. Zitten daar ook subprime leningen bij. Hoeveel zat er bovendien in de zogenaamde solide banken verstopt, waarvan er inmiddels een aantal flink in de problemen zijn gekomen. Allemaal vragen die zeker beantwoord moeten worden.

ABP

Het ABP, het pensioenfonds voor leraren en ambtenaren, heeft naar nu blijkt over heel 2007 een beleggingsrendement behaald van 3,8 procent. Daarbij was het eerste halfjaar beduidend beter dan de laatste zes maanden. Dat wil zeggen voor en na de kredietcrisis. In de laatse zes maanden van 2007 boekte het ABP een mager resultaat van 0,7 procent. Het was volgens het ABP een jaar met twee gezichten. Daar komen nu de grote beleggingsverliezen uit 2008 nog bij. De beurscrisis heeft er bij pensioenreus ABP voor gezorgd, dat de dekkingsgraad, de mate waarin het fonds in de toekomst de pensioenen kan garanderen, in het derde kwartaal van 2008 met maar liefst 14 procentpunt is gedaald naar 118 procent dekking. Tegen elke euro verplichting staat er dus nog 1,18 euro als dekking. En hier zit de slechte beursmaand oktober 2008 nog niet eens verwerkt!

Dekkingsgraad

De dekkingsgraad geeft aan hoeveel vermogen er is ten opzichte van de verplichtingen. Dit zijn lopende, maar ook de toekomstige pensioenen, rekening houdend met levenskansen van mensen en dergelijke. Ingewikkeld dus.

Pensioen en Pensioenaanspraken

Door de grote koersdalingen zullen een aantal pensioenfondsen verplicht zijn om:
  1. De pensioenen niet te indexeren: geen stijging met de inflatie of loonontwikkeling. Dit leidt tot koopkrachtverlies en een verminderde pensioenopbouw. Wie in de beginjaren daardoor minder opbouwt, merkt dat in latere jaren dubbel en dwars.
  2. Een premieverhoging, die voor zowel werknemers als werkgevers ongunstig uitpakt. Wederom koopkrachtverlies dus.
  3. of zelfs de pensioenen te verlagen.

Ook een combinatie van 1) en 2) is natuurlijk mogelijk. En voor optie 3) zal alleen in grote nood worden gekozen. Het zal ook duidelijk zijn dat premieverhogingen alleen soelaas bieden, als een pensioenfonds nog al wat mensen heeft, die pensioenpremies afdragen. Bij sommige fondsen zijn de meesten met pensioen, waardoor ook verhoogde premies niet zo veel bijdragen, tenzij ze sterk verhoogd worden.

Slot

Minister Bos garandeert ons spaargeld tot een maximum van 100.000 euro. De pensioenaanspraken zijn daarmee vergeleken volgelvrij. Wie niet zorgt voor een eigen spaarpot, weet haast zeker dat hij straks tekort zal komen. Wie in die positie zit, doet er dus goed aan, om als het even kan, ook zelf geld opzij te zetten voor de toekomst. Denk daarbij aan een lijfrenteverzekering, een spaarverzekering of een goede spaarrekening en deposito.
© 2007 - 2010 Zeemeeuw, gepubliceerd in Geld (Financieel) op 03-10-2007, laatst gewijzigd op 26-04-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Zeemeeuw is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Pensioengeld en de hypotheekcrisis"


Door Dennis Vink op 15-10-2007

Geachte auteur (beste lezer),

Ik citeer: "Hoe groot dat risico is wordt ons nog niet verteld, maar van termen als Leningen zonder kredietoordeel of Junk Bonds word ik niet vrolijk. Zeker niet als je daar de 11% vastgoed, 75 miljard euro, nog eens aan toevoegt. Welk vastgoed en waar? Bovendien is het een totaalplaatje over alle pensioenfondsen. Per pensioenfonds kunnen er grote verschillen zijn."

Daarbij wil ik het volgende aan toevoegen. In principe is het investeren in junk bonds geen enkel probleem, immers het "default risico" (kredietrisico) is dermate hoog dat de vergoeding die daartegenover staat eveneens relatief hoog zal zijn om verliezen te compenseren. Wat wel een kwalijke zaak zou zijn is dat pensioenfondsen zich lenen voor attractieve inversteringen in deze vorm van obligaties, en daar niet volledig over zijn in hun externe rapportage.

In principe is het aan de klant om te kunnen bepalen in hoeverre met zijn of haar geld risicovol belegd wordt. Bij het beleggen van uw eigen geld bij een bank wordt in de praktijk toch ook aan u gevraagd waarin u wilt beleggen?

Dr. Dennis Vink