InfoNu.nl > Financieel > Belasting > Inkomstenbelasting: ons boxenstelsel in vogelvlucht

Inkomstenbelasting: ons boxenstelsel in vogelvlucht

Inkomstenbelasting: ons boxenstelsel in vogelvlucht Vanaf de nieuwe belastingwetgeving 2001 wordt het inkomen verdeeld over drie boxen. Het zogenaamde boxenstelsel. De inkomstenbelasting die een natuurlijke persoon is verschuldigd, is opgebouwd uit drie elementen: de belasting over het belastbare inkomen uit werk en woning, de belasting over het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang en de belasting over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen. worden ook wel respectievelijk box 1, box 2 en box 3 genoemd. Elk van de drie boxen kent zijn eigen belastingtarief die uitvloeisels zijn uit politieke keuzes. Het totale bedrag aan inkomstenbelasting bestaat uit het saldo van de drie genoemde boxen.

Belastbare inkomen uit werk en woning (box 1)

In box 1 worden het inkomen uit werk en woning belast. Deze wetgeving staat vastgesteld in hoofdstuk 3, afdeling 3.1 van de wet inkomstenbelasting 2001. Kort gezegd wordt het belastbaar inkomen berekend door alle inkomensbronnen bij elkaar op te tellen en daarvan alle aftrekposten af te trekken. Het belastbare inkomen uit werk en woning is het gezamenlijke bedrag van:
  • de belastbare winst uit onderneming;
  • het belastbare loon;
  • het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden;
  • de belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen;
  • de belastbare inkomsten uit eigen woning;
  • de negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen
  • de negatieve persoonsgebonden aftrekposten;

Verminderd met:
  • de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld;
  • de uitgaven voor inkomensvoorzieningen;
  • de persoonsgebonden aftrek.

Toerekenen aan welke inkomensbron
Het kan voorkomen dat er een discussie bestaat over de classificatie van bepaalde inkomsten. Voornamelijk geldt dit voor de inkomensbronnen 'winst uit onderneming', 'resultaat uit overige werkzaamheden' en 'het belastbare loon'. Een advies: probeer er voor te zorgen dat een dergelijke bron geclassificeerd wordt als winst uit onderneming. Bij deze inkomstenbron worden de gezamenlijke voordelen (lees ook nadelen) gerekend tot de winst die worden verkregen uit een onderneming. Deze belastbare winst wordt vervolgens nog verminderd met de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Hierover later meer.

Medegerechtigde
Het wet inkomstenbelasting 2001 kent een uitbreiding op het winstbegrip. Ook medegerechtigden en de gezamenlijke voordelen die een belastingplichtige geniet uit hoofde van een schuldvordering worden gezien als belastbare winst uit onderneming. Medegerechtigde bent u wanneer u wel een aandeel heeft in het eigen vermogen van deze onderneming, maar geen uitlatingen doet over de bedrijfsvoering. Het onderscheid (zuivere) ondernemer en medegerechtigden is o.a. van belang bij de MKB-winstvrijstelling.

Urencriterium
Zoals al is aangegeven kent een inkomsten uit de bron winst uit onderneming het voordeel dat er sprake is van ondernemersaftrek (zie ook het volgende subparagraaf). In de wet inkomstenbelasting 2001 is een ondernemersbegrip opgenomen die twee voorwaarden stelt:
  • de belastingplichtige voor rekening van wie een onderneming wordt gedreven;
  • rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen betreffende die onderneming.

De wet stelt aan het ondernemersbegrip dus geen eis aan de hoeveel tijd die besteed wordt in de onderneming. Om natuurlijke personen die onder het ondernemingsbegrip vallen en slechts een geringe hoeveel tijd besteden aan zijn onderneming(en) niet al te veel te bevoordelen, is het urencriterium opgenomen. Deze urencriterium stelt dat gedurende het kalenderjaar ten minste 1225 uur aan werkzaamheden voor een of meer ondernemingen moet zijn verricht. Nogmaals is deze 1225 uur aan werkzaamheden geen eis betreffende het ondernemersbegrip.

Ondernemersaftrek
  • De ondernemersaftrek is het gezamenlijke bedrag van een vijftal aftrekposten:
  • zelfstandigenaftrek;
  • aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk;
  • meewerkaftrek;
  • startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid;
  • stakingsaftrek.

Bepaalde van deze aftrekposten gelden alleen voor ondernemers die aan het urencriterium voldoen. Onderstaand bevindt zich een tabel met alle aftrekposten die de ondernemersaftrek vormen. Hierbij staat ook aangegeven of men moet voldoen aan het urencriterium.
FaciliteitOndernemers die niet aan het urencriterium voldoenOndernemers die aan het urencriterium voldoen
Zelfstandigenaftrek x
Aftrek speur- en ontwikkelingswerk x
Meewerkaftrek x
Stakingsaftrekxx
MKB-winstvrijstellingxx

MKB-winstvrijstelling
De MKB-winstvrijstelling geldt voor ondernemers (niet zijnde medegerechtigde). De MKB-winstvrijstelling bedraagt 14% van het gezamenlijke bedrag van de winst nadat dit bedrag is verminderd met de ondernemersaftrek.

Vermogensetikettering
Van een ondernemer wordt verwacht dat er een duidelijke indeling komt van het vermogen dat onder de noemer ondernemingsvermogen valt en het vermogen dat gezien kan worden als privévermogen. Wat betreft de winst uit onderneming zijn er drie soorten vermogensbestanddelen, te weten:
  • verplicht ondernemingvermogen
  • verplicht privévermogen
  • keuzevermogen

Voor vermogen dat nagenoeg uitsluitend of uitsluitend voor privé- of ondernemingsdoeleinden wordt gebruikt, is het duidelijk dat deze respectievelijk tot het verplichte privé- of ondernemingsvermogen behoord. Enige onzekerheid kan er bestaan over het woordje ‘nagenoeg’. Uit jurisprudentie blijkt dat met nagenoeg het ‘90% of meer criterium’ wordt bedoeld.

Het probleem is om het keuzevermogen op de juiste wijze toe te bedelen. Hierbij geldt dat de ondernemer met ‘alle redelijkheid’ moet behoordelen tot welke vermogensetiket het bestanddeel behoort. Hierbij geldt: het eenmaal gekozen etiket is bindend en mag niet zonder bijzondere reden gewijzigd worden. Een voorbeeld van een dergelijke bijzondere reden is bijvoorbeeld een wetswijziging.

Voor de auto en het panden gelden aanvullende regels.

Persoonsgebonden aftrekposten
Persoonsgebonden aftrekposten zijn uitgaven die u onder bepaalde voorwaarden mag aftrekken van uw belastbaar inkomen. Deze persoonsgebonden aftrekposten liggen gelegen in hoofdstuk 6 van de wet inkomstenbelasting 2001 en is het gezamenlijke bedrag van:
  • de in het kalenderjaar op de belastingplichtige drukkende persoonsgebonden aftrekposten;
  • het gedeelte van de persoonsgebonden aftrek van voorafgaande jaren dat niet eerder in aanmerking is genomen.

Persoonsgebonden aftrekposten zijn de:
  • uitgaven voor onderhoudsverplichtingen;
  • uitgaven voor levensonderhoud van kinderen;
  • uitgaven voor specifieke zorgkosten;
  • weekenduitgaven voor gehandicapten;
  • scholingsuitgaven;
  • uitgaven voor monumentenpanden;
  • aftrekbare giften.

Door het toestaan van de persoonsgebonden aftrek (hierna PGA), heeft de wetgever rekening gehouden met draagkracht verminderde omstandigheden. Hierbij geldt het dat de uitgaven moeten drukken op de belastingplichtige. Wanneer dergelijke uitgaven bijvoorbeeld worden vergoed door een verzekeraar, zijn deze niet aftrekbaar als PGA.

Voor de PGA geldt dat deze eerst in mindering wordt gebracht op het inkomen in box 1. Als de PGA hoger is dan het inkomen in box 1, mag het verschil worden aftrokken van het inkomen in box 3. Maar ook dit mag daardoor niet negatief worden. Een eventueel restant wordt dan zo veel mogelijk ondergebracht in box. Wanneer de som van de inkomens uit de drie boxen (= verzamelinkomen) lager is dan het totaal aan PGA, mag dit bedrag worden meegenomen naar het volgende jaar. De inspecteur zal dit niet in aanmerking genomen bedrag vaststellen.

De aftrekposten van de PGA zijn te vinden zij in Art. 6.3 t/m Art. 6.39a wet inkomstenbelasting 2001. Enkele aftrekposten worden onderstaand besproken.

Uitgaven voor onderhoudsverplichtingen
De wet somt een zestal uitkeringen en verstrekking binnen deze categorie. De eerste hierbij is de ‘periodieke uitkeringen o.g.v. een rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende verplichting’. Onder deze uitkeringen vallen de alimentatie-uitkeringen. Alimentatie is een financiële uitkering in de kosten van levensonderhoud die na een echtscheiding door de meest draagkrachtige partner aan de minst draagkrachtige ex-partner verstrekt wordt of door een ouder aan een kind wordt verstrekt. Wij gaan er natuurlijk niet van uit dat in uw situatie sprake zal zijn van een echtscheiding. Doch dienen wij dit onderwerp te bespreken.
Hierbij heeft Art. 6.3 lid 1 sub a aangegeven dat de betalingen die worden gedaan voor de kinderen die bij het ex-echtgenoot verblijven, niet onder deze aftrekpost vallen. Wat wel in de aftrek mag worden genomen is de partneralimentatie of bijvoorbeeld het beschikbaar stellen van een woning. De waarde van deze zogenoemde verstrekking, wordt dan gesteld op het eigenwoningforfait zoals dat bij de eigenaar in aanmerking wordt genomen.

Ook afkoopsommen die worden gedaan in verband met het bovenstaande, mogen in één keer afgetrokken worden. Vanwege het progressieve tarief van box 1 is dit alternatief meestal niet fiscaal voordelig.

Zo zijn er nog enkele andere aftrekposten die van toepassing zullen zijn wanneer er sprake is van een echtscheiding denk hierbij aan: de kosten van bijstand, pensioen en onrechtmatige daad.

Uitgaven voor levensonderhoud van kinderen
Wellicht heeft u kinderen of een kinderwens. Normaal gesproken heeft u als ouder dan t/m het 17e levensjaar van uw kind recht op kinderbijslag. Gaat uw kind studeren, dan komt uw kind normaliter gedurende 4 jaar in aanmerking voor studiefinanciering.
Er zijn echter situaties denkbaar waarin de belastingplichtige geen recht heeft op kinderbijslag en het kind geen recht (meer) heeft op studiefinanciering. U krijgt bijvoorbeeld geen kinderbijslag als uw kind ouder is dan 16 jaar en te veel bijverdient in een kwartaal. Als de ouder dan geheel of gedeeltelijk in het onderhoud van dat kind voorziet en het kind niet ouder is dan 30 jaar, kan hij een bedrag opvoeren als PGA. De onderhoudskosten aan het kind moeten minimaal €408,- per kwartaal bedrag11.

Als de kosten in belangrijke mate drukken op de belastingplichtige, komen deze voor aftrek in aanmerking tot een bedrag van:
  1. € 295 (€ 295) per kalenderkwartaal indien het kind jonger is dan 6 jaar;
  2. € 355 (€ 355) per kalenderkwartaal indien het kind 6 jaar of ouder, maar jonger dan 12 jaar is;
  3. € 415 (€ 415) per kalenderkwartaal indien het kind 12 jaar of ouder, maar jonger dan 18 jaar is;
  4. € 355 (€ 355) per kalenderkwartaal indien het kind 18 jaar of ouder is.

Art. 36 lid 3 Uitv.reg IB geeft daarbij ook nog aan:

Indien zowel de belastingplichtige als zijn partner uitgaven voor levensonderhoud van kinderen in aanmerking neemt, worden de in aanmerking te nemen bedragen gesteld op de helft van de bedragen…

Scholingsuitgaven
Het volgen van een opleiding of studie met het oog op het verwerven van (meer) inkomen, wordt fiscaal gefaciliteerd. Reken houdend met eventuele vergoedingen, mar een gedeelte van kosten in aftrek worden genomen. Dit geldt niet voor een studie met een overwegend hobbyachtig karakter. Een schildercursus als in uw geval niet van aanmerking komen voor aftrek, een cursus wat betreft het bijhouden van financiële administratie wellicht wel.

Art. 6.30 geeft aan dat de scholingsuitgaven voor aftrek in aanmerking worden genomen indien deze het gezamenlijk bedrag van €250,- overschrijden. Tot een maximum van €15.000,-. De standaardstudieperiode bedraagt hierbij niet meer dan vijf aaneengesloten jaren.

Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang (Box 2)

Het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang geldt voor de belastingplichtigen in Nederland die een aanmerkelijk belang (5% of meer) in een vennootschap bezitten door het hebben van aandelen of winstbewijzen. Dus een dividend uitkering of een vergoeding voor een winstbewijs is het inkomen uit aanmerkelijk belang. In uw geval is dit niet van toepassing aangezien u;
  1. Geen aandelenkapitaal heeft in de vennootschap
  2. Geen winstaandelen bezit van de vennootschap, de uitkering van winst is winst uit onderneming, geen vergoeding voor een winstbewijs.

Het belastingtarief op het inkomen uit aanmerkelijk belang, beter bekent als het inkomen in box 2, is 25%. Het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang is het inkomen uit aanmerkelijk belang verminderd met de te verrekenen verliezen uit aanmerkelijk belang. In Artikel 4.6 Wet IB 2001 wordt aanmerkelijk belang als volgt omschreven: De belastingplichtige heeft een aanmerkelijk belang indien hij, al dan niet tezamen met zijn partner, direct of indirect:
  1. voor ten minste 5% van het geplaatste kapitaal aandeelhouder is in een vennootschap waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld;
  1. rechten heeft om direct of indirect aandelen te verwerven tot ten minste 5% van het geplaatste kapitaal;
  1. winstbewijzen heeft die betrekking hebben op ten minste 5% van de jaarwinst van een vennootschap dan wel op ten minste 5% van wat bij liquidatie wordt uitgekeerd;
  1. gerechtigd is tot ten minste 5% van de stemmen uit te brengen in de algemene vergadering van een in artikel 4.5a bedoelde rechtspersoon.

Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (Box 3)

In Artikel 5.1 Wet IB 2001 staat het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen als volgt: Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen is het voordeel uit sparen en beleggen verminderd met de persoonsgebonden aftrek. U kunt “belastingvrij sparen” tot een bedrag van € 21.130,00. Dit is het heffingsvrije vermogen van 2013. Indien u boven dit bedrag uit komt dient u uw bezittingen minus uw schulden die in box 3 vallen aan te geven bij de Belastingaangifte. Op het vermogen dat u dan bezit wordt door de Belastingdienst met een rendement gerekend van 4%. Over dit rendement moet u 30% belasting afdragen. Bij bezittingen moet u denken aan uw spaargeld maar ook aan beleggingen die u bezit of een tweede woning. Voor beleggingen geldt dat een beleggingen in groene fondsen vrijgesteld zijn .
© 2013 - 2014 Danny-vellinga, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Hypotheek en inkomstenbelasting bijleenregelingHypotheek en inkomstenbelasting bijleenregelingHypotheek, overwaarde, fiscale aftrekpost inkomstenbelasting en de bijleenregeling bij de verkoop van uw huis. Een hypot…
Aftrekposten ZZPAftrekposten ZZPZZP'ers moeten belastingaangifte van hun inkomen doen. Ze kunnen in aanmerking komen voor verschillende aftrekposten, zo…
Ondernemer & Belastingaftrek - Fiscale Faciliteiten (aftrek)Ondernemer & Belastingaftrek - Fiscale Faciliteiten (aftrek)Ondernemers die voldoen aan het urencriterium (1225 uur per jaar) hebben recht op alle faciliteiten c.q. belastingaftrek…
Fiscaal partnerschap: inkomsten en aftrekposten verdelenFiscaal partnerschap: inkomsten en aftrekposten verdelenAls u een fiscaal partner hebt, is het mogelijk om de aftrekposten en inkomsten zo te verdleen dat u het minste belasing…
Belastingaangifte, aftrekposten box 1Belastingaangifte, aftrekposten box 1In box 1 wordt het inkomen uit werk en woning belast. Box 1 bestaat uit een progressief schijventarief. Naarmate het ink…
Bronnen en referenties
  • Belastingrecht voor Bachelors en Masters - mr. G.A.C. Aarts MFP
  • Cursus belastingrecht, Inkomstenbelasting - mobach
  • Wet inkomstenbelasting 2001

Reageer op het artikel "Inkomstenbelasting: ons boxenstelsel in vogelvlucht"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Danny-vellinga
Rubriek: Financieel
Subrubriek: Belasting
Bronnen en referenties: 3
Schrijf mee!