Hoe werkt ons pensioensysteem?

Pensioen… we vinden het allemaal maar ingewikkeld en soms zelfs oninteressant. Tot het moment dat het bijna zo ver is. Dan is het vaak te laat om ervoor te zorgen dat je er ook na pensionering warmpjes bij zit. Om zelf invloed te hebben op de hoogte van je inkomen later, is het allereerst van belang dat je weet hoe het in elkaar zit. Het pensioenstelsel in Nederland bestaat uit een aantal onderdelen. De overheid noemt dit de pensioenpijlers. Om te onderzoeken of je voldoende pensioen opbouwt, beginnen we bij de eerste pijler, de AOW-uitkering. Vervolgens kun je via je werkgever pensioen opbouwen in de tweede pijler. Als blijkt dat er dan nog sprake is van een pensioentekort, dan kun je in de derde pijler zelf nog (met belastingvoordeel) een oudedagsvoorziening treffen. Tot slot is er nog de vierde pijler, hier kun je met je netto inkomen/vermogen nog zorgen voor een aanvulling op je inkomen.

Iedereen in Nederland heeft pensioen opgebouwd in minstens een van deze vier pijlers. Weet jij hoe je er zelf voor staat?

Eerste pijler: de AOW-uitkering

In de 50 jaar voorafgaand aan je AOW-leeftijd begin je met het opbouwen van je AOW. Ieder jaar bouw je 2% op, zodat je aan het einde van de rit aanspraak kan maken op een volledige AOW-uitkering. Iedereen die in Nederland woont heeft hier recht op.
Vertrek je in die periode echter naar het buitenland, dan word je voor ieder jaar dat je niet staat ingeschreven in Nederland, gekort met 2% op de AOW-uitkering. Wat je al hebt opgebouwd voor vertrek naar het buitenland, daar blijf je recht op houden. Woon je dus 1 jaar in het buitenland, dan heb je nog recht op 98% van de AOW-uitkering. Bij 2 jaar in het buitenland, ontvang je 96% van de AOW-uitkering etc.

De AOW-premie is opgenomen in de eerste 2 belastingschijven. Werk je? Dan word het ingehouden van je salaris. Studeer je nog en heb je geen inkomen? Dan betaal je niets, maar je bouwt wel AOW op. Ook mensen zonder inkomen bouwen een AOW-uitkering op.

Of je de AOW-uitkering ook daadwerkelijk gaat ontvangen, hangt volledig af van de overheid. In 2019 zijn er geen concrete plannen om de AOW af te schaffen, maar het systeem wordt wel steeds duurder en het is nog maar de vraag hoe lang het houdbaar blijft.

Tot die tijd moeten we ervan uit blijven gaan dat we op de AOW-leeftijd recht krijgen op die uitkering. Op de website van de Sociale Verzekeringsbank kun je zien wanneer je recht krijgt op een AOW-uitkering.

Voor gehuwden/samenwonenden geldt een lagere uitkering dan voor een ongehuwde. De uitkering bedraagt 50% van het netto minimumloon.

Twee partners met AOW ontvangen samen derhalve 100% van het netto minimumloon. Een gehuwde/samenwonende ontvangt in 2019 tussen de € 631,00 en € 787,00 netto per maand (de hoogte van het bedrag is afhankelijk van de toepassing van de heffingskorting). In de maand mei wordt er nog vakantiegeld uitgekeerd.

Een ongehuwde ontvangt 70% van het netto minimumloon. De netto uitkering is dan tussen de € 918,00 en de € 1.146,00 per maand (cijfers 2019). Ook hier is de hoogte afhankelijk van de toepassing van de heffingskorting. In de maand mei wordt er nog vakantiegeld uitgekeerd.

De website van de Sociale Verzekeringsbank vermeldt de actuele bedragen.

Tweede pijler: de pensioenregeling via de werkgever

Voor de meeste mensen is de AOW niet voldoende om van te kunnen leven. Daarom moet er aanvullend pensioen opgebouwd worden, om in een later stadium toch te kunnen stoppen met werken.

De eerste mogelijkheid is om via je werkgever pensioen op te bouwen. Grote ondernemingen en zelfstandige beroepen hebben mogelijk een eigen pensioenfonds. Daarnaast zijn er bedrijfstakken waarbij een verplicht pensioen geldt (bedrijfstakpensioenfonds). Dit speelt o.a. bij de overheid, het onderwijs, de zorg, de bouw en de metaalsector.

Bij indiensttreding bij een werkgever die in een pensioenfonds zit, word je automatisch opgenomen in de pensioenregeling. De werkgever betaalt een deel pensioenpremie en vaak heb je zelf ook een eigen bijdrage. Deze wordt ingehouden van het bruto salaris. De pensioenopbouw start en je ontvangt de communicatie via deze pensioenuitvoerder. Voor een bedrijfstakpensioenfonds geldt dat als je binnen dezelfde bedrijfstak blijft werken, maar wel wisselt van werkgever, de pensioenopbouw gewoon doorgaat. Ga je uit de bedrijfstak, dan stopt de opbouw van het pensioen en blijft het gereserveerd staan tot het moment dat je met pensioen gaat.

Zit je werkgever niet in een bedrijfstak waar een verplicht pensioen voor geldt, dan is het mogelijk dat je geen pensioen opbouwt. Dit is dan zeker de moeite waard om over in gesprek te gaan met je werkgever. Werkt deze hier niet aan mee? Dat is mogelijk, want een pensioenregeling is dan niet verplicht. Dan ben je aangewezen op de derde pijler, welke later besproken wordt.

Het is ook mogelijk dat je werkgever zelf al een pensioenregeling heeft getroffen (of ervoor open staat om die in het leven te roepen). Dit is dan veelal een verzekerde regeling. Dit wordt ondergebracht bij een erkende pensioenuitvoerder. De meest bekende zijn een verzekeringsmaatschappij of een premiepensioeninstelling (PPI).

Pensioenvormen

Er zijn diverse mogelijkheden om pensioen op te bouwen.

Eindloonregeling
De meest luxe vorm is de eindloonregeling. Deze komt bijna niet meer voor, omdat het voor werkgevers de duurste variant is. In deze regeling wordt er pensioen opgebouwd over het laatstverdiende salaris. Normaliter gaat iemand steeds meer verdienen in zijn carrière. In de eindloonregeling gaat men er dan van uit dat je over je hele carrière dat hoge salaris hebt gehad. Hier wordt de pensioenopbouw op gebaseerd.

Een voorbeeld is dat iemand begint met een salaris van € 20.000,00 per jaar en eindigt met een salaris van € 40.000,00 per jaar. In de pensioenregeling wordt er dan vanuit gegaan dat iemand over zijn hele loopbaan het hogere salaris van € 40.000,00 heeft ontvangen. De hoogte van het pensioen wordt dan berekend over het salaris van € 40.000,00. De werkgever moet hiervoor extra inleggen in de pensioenregeling. Hier heeft hij vaak de middelen niet voor, waardoor dit pensioensysteem steeds minder vaak voorkomt.

Middelloonregeling
Over ieder jaar dat iemand in dienst is, wordt er een stukje pensioen ingekocht. Dit is gebaseerd op het salaris dat iemand in dat jaar verdient. In het volgende jaar wordt weer gekeken naar het salaris en wordt er weer bepaald hoeveel pensioen er ingekocht kan worden. Al die jaarlijkse stukjes pensioen bij elkaar, vormen het totale pensioen.

Als we uitgaan van het vorige voorbeeld van iemand met een salaris van € 20.000,00 aan het begin van de carrière en € 40.000,00 aan het eind van de carrière, dan kunnen we over het algemeen stellen dat men over een gemiddeld inkomen van € 30.000,00 pensioen heeft opgebouwd. Ervan uitgaande dat de salarisverhogingen een beetje geleidelijk aan verlopen, gedurende de loopbaan.

Maakt iemand aan het begin van de carrière de grootste salarissprong, dan wordt het iets hoger. Heeft iemand steeds een wat lager inkomen en maakt men pas aan het einde promotie o.i.d. dan is het iets lager.

Deze pensioenregeling komt nog regelmatig voor, maar steeds vaker stapt men over op een premieregeling. Hierbij zijn de kosten overzichtelijker en kan men met beleggingsresultaten meer winst maken dan in een middelloonregeling. De middelloonregeling is namelijk gebaseerd op de rentetarieven, die de laatste jaren bedroevend laag zijn.

Premieregeling
De meest voorkomende pensioenregeling is de premieregeling. De pensioenpremie is afhankelijk van iemands leeftijd. Iedere 5 jaar mag men meer premie inleggen. De werknemer betaalt een vast percentage van zijn pensioengrondslag (dit is het salaris -/- een AOW-franchise), de werkgever betaalt de rest.

De AOW-franchise is een bedrag dat in mindering wordt gebracht op het salaris. Dit vertegenwoordigt de AOW-uitkering waar men in de eerste pijler al recht op heeft. Het is niet nodig om over dat bedrag ook nog pensioen op te bouwen, anders zou je teveel pensioen opbouwen.

De pensioenpremie wordt belegd en op de pensioendatum komt het beleggingskapitaal beschikbaar voor het aankopen van het pensioen. Zijn de beleggingsresultaten goed, dan heeft men een royaler pensioen dan wanneer de beleggingsresultaten tegenvallen. In sommige pensioenregelingen mag de deelnemer zelf bepalen hoe de premie belegd wordt.

De hoogte van het pensioen is ook afhankelijk van de rentetarieven op de pensioendatum. Bij een hoge rentestand ontvangt men meer pensioen dan bij een lage rentestand. Ook bestaat er nu de mogelijkheid om een variabel pensioen te ontvangen en te blijven doorbeleggen na ingang van het pensioen.

Op Mijn Pensioenoverzicht staat vermeld hoe je ervoor staat met de pensioenopbouw in de eerste en de tweede pijler. De derde pijler is hier niet in opgenomen.

Derde pijler: fiscaal vriendelijk sparen

Als de werkgever geen pensioenregeling aanbiedt, of als de pensioenopbouw in de tweede pijler alsnog zorgt voor onvoldoende pensioeninkomen, mag men in de derde pijler fiscaal vriendelijk sparen voor een extra aanvulling op het pensioen. Dit kan in de vorm van een lijfrente.

De premie betaal je zelf van je netto inkomen. Maar bij de belastingaangifte kun je deze premie opgeven en deze wordt dan in mindering gebracht op de te betalen belasting. Je krijgt dan zo'n 36% tot 51% terug van je inleg. De hoogte van de teruggaaf is afhankelijk van je inkomen en de geldende belastingtarieven. De actuele belastingtarieven worden altijd vermeld op de site van de belastingdienst.

Om fiscaal vriendelijk te kunnen sparen in een lijfrente, geldt echter wel als voorwaarde dat je een pensioentekort hebt. Je hebt al snel een pensioentekort, ook als je een pensioenregeling via een werkgever hebt. Via een berekening van de jaarruimte kun je vaststellen hoeveel je mag bijsparen.

Een lijfrente is er in de vorm van een verzekering of een lijfrentebankspaarrekening. Deze laatste is de laatste jaren steeds populairder geworden, omdat de kostenstructuur een stuk lager is dan in een verzekering. De keuze voor een verzekering kan echter weer interessant zijn als je een stukje overlijdensrisico wil afdekken. Het is verstandig om hier met een financieel adviseur over in gesprek te gaan.

Zelfstandig ondernemers, de IB-ondernemers, hebben geen pensioenopbouw in de tweede pijler. Zij zijn voor een aanvulling op de AOW-uitkering afhankelijk van de derde en vierde pijler.

Vierde pijler: sparen vanuit je netto inkomen

Officieel bestaat de vierde pijler niet, maar natuurlijk zijn er nog veel meer mogelijkheden om voor je pensioen te sparen. Denk hierbij aan beleggen voor de lange termijn. Met name dividendaandelen kunnen voor een terugkerend inkomen zorgen. Ook kun je in het vastgoed gaan. Door panden te verhuren of te zijner tijd te verkopen, kun je voor een pensioeninkomen zorgen. Er zijn vele manieren, buiten de genoemde opties.

In het geval van de tweede t/m vierde pijler geldt in ieder geval dat het verstandig is om er vroeg mee te beginnen. Hoewel resultaten uit het verleden geen garantie bieden voor de toekomst, geldt toch dat het investeren van € 100,00 op 20-jarige leeftijd veel meer oplevert dan wanneer je dat pas op je 50e doet.
© 2019 - 2024 Janeiro, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming is vermenigvuldiging verboden. Per 2021 gaat InfoNu verder als archief, artikelen worden nog maar beperkt geactualiseerd.
Gerelateerde artikelen
Lijfrente wat houdt dat in?Lijfrente wat houdt dat in?Voor uw pensioen kunt u op verschillende manieren sparen. Het pensioenstelsel bestaat grofweg uit drie pijlers. Deze pij…
Zelf sparen voor pensioenZelf sparen voor pensioenWie voor een werkgever werkt heeft vaak een goede pensioenregeling. Maar soms is dit niet het geval. De werkgever heeft…
Hoe start je een eigen bedrijf op?Hoe start je een eigen bedrijf op?Bij het starten van een eigen bedrijf is het belangrijk om met veel zaken rekening te houden. Bijvoorbeeld met het maken…
Janeiro (1 artikelen)
Gepubliceerd: 30-04-2019
Rubriek: Financieel
Subrubriek: Diversen
Per 2021 gaat InfoNu verder als archief. Het grote aanbod van artikelen blijft beschikbaar maar er worden geen nieuwe artikelen meer gepubliceerd en nog maar beperkt geactualiseerd, daardoor kunnen artikelen op bepaalde punten verouderd zijn. Reacties plaatsen bij artikelen is niet meer mogelijk.