InfoNu.nl > Financieel > Beleggen > Beleggen in Turbo’s en Sprinters

Beleggen in Turbo’s en Sprinters

Beleggen in Turbo’s en Sprinters Turbo’s en Sprinters hebben sinds de introductie in juni 2004 een stevig hoekje in het beleggingslandschap veroverd. ABN Amro was de eerste. Later is het instrument gekopieerd door ING Bank. Er zijn Turbo’s en Sprinters op aandelen, grondstoffen, indices, obligaties en valuta. Ook kan er long en short worden gegaan.

Breed aanbod in Turbo’s en Sprinters

In juni 2004 introduceerde ABN Amro de Turbo. Inmiddels zijn er op ruim tweehonderd onderliggende waarden Turbo’s in de markt gezet. Zo zijn er Turbo’s Long op Ahold (die speculeert op een stijging van het aandeel Ahold). Maar ook Turbo’s Short op Renault (die speculeert op een daling van het aandeel Renault). Op alle grote indices zijn Turbo’s verkrijgbaar: van de AEX tot de Amerikaanse halfgeleider-index SOX. Eveneens op grondstoffen als goud en zilver, maar ook van bekende futures (bijvoorbeeld magere varkens, rijst, sinaasappelsap, olie en zink) zijn Turbo’s verkrijgbaar.

Gemiddeld worden er 15.000 verschillende transacties per dag in de apart op de beurs genoteerde Turbo’s uitgevoerd. Eenderde vindt plaats in Nederland. Geschat wordt dan zo’n 300.000 Nederlandse particuliere beleggers Turbo’s gebruiken om meer rendement te maken op hun vermogen, naast het beleggen in aandelen en opties. Turbo’s kunnen namelijk ook worden ingezet in tijden dat koersen dalen. Bovendien verbreden Turbo’s het aantal categorieën waarin kan worden belegd.

Van ABN Amro naar Royal Bank of Scotland (RBS)

Door de overname van ABN Amro door Fortis, RBS en Banco Santander heeft de Turbo na zo’n 5 jaar een andere “eigenaar” gekregen. Het onderdeel ABN Amro Markets is de oorspronkelijke bedenker van de Turbo. Door de overname behoort dit onderdeel sinds eind 2007 tot de boedel van RBS. In mei 2009 is die overgang geëffectueerd. Vreemd genoeg richt RBS zich niet op de particuliere markt in Nederland, terwijl Turbo’s bij uitstek zijn bedoeld voor de beleggende doe-het-zelver. Turbo’s worden bovendien voor een belangrijk deel afgezet via het kantorennet van ABN Amro. Maar ook via online beleggersbanken, zo als Alex en Binck, zijn ze verkrijgbaar. Voortaan vallen de Turbo’s dus onder RBS Markets. Maar ABN Amro heeft als oud-moederbedrijf het exclusieve recht gekregen aan de Turbo’s de eigen merknaam te koppelen.

ING en de Sprinter

Door de strubbelingen bij de overname van ABN Amro dacht ING dat de tijd rijp was om een gelijkwaardig product in de markt te zetten, de Sprinters. Dit beleggingsproduct werkt exact hetzelfde als de Turbo van ABN Amro/RBS. Eind 2008 introduceerde ING Structured Products de Sprinter. Intussen heeft de Sprinter een marktaandeel van zo’n 40% veroverd. Het aantal onderliggende waarden is bij ING echter een stuk kleiner. Waar ABN Amro/RBS ruim 1.500 verschillende series heeft uitstaan, is dat bij ING ruim 500. Maar langzamerhand wordt het palet uitgebreid. De concurrentie heeft er in ieder geval voor gezorgd dat het verschil tussen de bied- en laatprijzen scherper is gesteld. En dus aantrekkelijker voor de belegger.

Hoe werkt een Turbo en Sprinter?

Er zijn twee hoofdrichtingen bij een Turbo en een Sprinter. Op een verwachte daling van de onderliggende koers kan worden ingespeeld met een Turbo/Sprinter Short. Bij een verwachte stijging is de Turbo/Sprinter Long geschikt. Turbo’s en Sprinter zijn zelfstandig op de beurs genoteerd. Elke Turbo/Sprinter heeft een hefboom, die er voor zorgt dat het instrument sneller beweegt dan de onderliggende waarde.

Een voorbeeld? Stel, de belegger verwacht een stijging van de koers van Royal Dutch Shell. Het aandeel Royal Dutch Shell noteert EUR 20. Er kan worden gekozen om het aandeel op deze koers te kopen. Wanneer de koers van Royal Dutch Shell bijvoorbeeld stijgt naar EUR 25, dan resulteert dat in een winst van EUR 5 op een inleg van EUR 20: een rendement van 25%.

Als alternatief kan er ook een Turbo/Sprinter Long worden gekocht op het aandeel Royal Dutch Shell. Dit instrument bootst het aandeel als het ware na. ABN Amro/RBS of ING financiert dan een deel van het aandeel. Dit wordt het financieringsniveau genoemd. In dit voorbeeld nemen we een Turbo/Sprinter Long met als financieringsniveau EUR 15. De theoretische waarde (in de praktijk moet er rekening worden gehouden met een verschil tussen bied- en laatkoersen, de zogenaamde spread) van deze Turbo/Sprinter Long is het verschil tussen de koers van het aandeel Royal Dutch Shell en het financieringsniveau:
  • Koers Royal Dutch Shell (EUR 20) minus financieringsniveau (EUR 15) is theoretische waarde (EUR 5)

Wanneer de koers van Royal Dutch Shell stijgt naar EUR 25, wordt de waarde van de Turbo/Sprinter Long:
  • Koers Royal Dutch Shell (EUR 25) minus financieringsniveau (EUR 15) is theoretische waarde (EUR 10)

De winst is in dat geval EUR 5 bij een inleg van EUR 5. Dit betekent een rendement van 100%. De hefboom is in dit geval:
  • Aankoopkoers Royal Dutch Shell (EUR 20)/investering (EUR 5) is hefboom (4)

Wanneer Turbo’s/Sprinters Long in Royal Dutch Shell worden aangekocht, koopt de uitgevende partij (ABN Amro/RBS of ING) daadwerkelijk het onderliggende aandeel. Door de hefboom en het financieringsniveau wordt het rendement 4 maal zo groot.

De Turbo/Sprinter en het stop loss-niveau

Elke Turbo en Sprinter kent een stop-loss niveau. In principe kan de belegger dan niet zijn gehele inleg verliezen. Er zijn echter uitzonderingen en dat is bijvoorbeeld als de koers van de onderliggende waarde opent onder het financieringsniveau van een Turbo/Sprinter Long. Maar een belegger kan nooit geacht worden bij te storten in dit geval. Wanneer echter gedurende de normale handel het stop loss-niveau wordt bereikt, dan wordt de handel in de Turbo/Sprinter beëindigd. De handelaren van ABN Amro/RBS en ING zullen dan zo snel mogelijk de onderliggende waarden verkopen. Wanneer dat is gebeurd, zal er een restwaarde worden uitgekeerd. Die is dan afhankelijk van de gemiddelde verkoopprijs.
Bijvoorbeeld bij eerdergenoemde Turbo/Sprinter Long op Royal Dutch Shell zal er een stop loss-niveau zijn van EUR 16 (iets boven het financieringsniveau). Wanneer de EUR 16 wordt aangetikt, zal er bijvoorbeeld een verkoopprijs van EUR15,95 worden gerealiseerd. In dat geval krijgt de koper van een Turbo/Sprinter Long Royal Dutch Shell EUR 0,95 terug. Wanneer het aandeel Royal Dutch Shell door bijvoorbeeld een winstwaarschuwing opent op EUR 14 (terwijl de koers de vorige dag nog EUR20 was), dan krijgt de belegger niks terug. Maar hij hoeft ook niet EUR 1 bij te storten.

De Turbo/Sprinter Short

Bij een Turbo/Sprinter Short liggen het financieringsniveau en het stop loss-niveau boven de koers van de onderliggende waarde. De Turbo/Sprinter Short wordt beëindigd wanneer de koers van de onderliggende waarde stijgt tot op of boven het stop loss-niveau. Bij de aanschaf van een Turbo/Sprinter Short Royal Dutch Shell leent ABN Amro/RBS of ING de aandelen Royal Dutch Shell voor de belegger en verkoopt deze op de beurs. De opbrengst wordt, samen met de theoretische waarde van de Turbo/Sprinter, rentedragend aangehouden. Bij verkoop van de Turbo/Sprinter Short wordt het aandeel Royal Dutch Shell teruggekocht. Wanneer dat op een lagere koers is dan de aanvankelijke verkoopkoers, resteert er een hogere opbrengst voor de belegger.

De kosten en dividenden van een Turbo/Sprinter

ABN Amro/RBS en ING verdienen aan dit beleggingsinstrument door de handel (het verschil tussen bied- en laatprijs) en door de financiering van de Turbo/Sprinter. De financieringskosten of –opbrengsten zijn afhankelijk van de daggeldrente. Deze financieringskosten of –opbrengsten worden dagelijks in het financieringsniveau verwerkt. Die verschilt aldus van dag tot dag. Bij een Turbo/Sprinter Long is dat Euribor+2%, bij een Turbo/Sprinter Short is dat Euribor-2%. Ook de stop loss-niveau’s worden aangepast, maar dat gebeurt een keer per maand. Wanneer er dividenden worden uitgekeerd, dan wordt dat verwerkt in zowel het financieringsniveau als het stop loss-niveau.

Conclusie

Turbo’s en Sprinters zijn een interessant beleggingsinstrument. Maar het kan ingewikkeld overkomen door termen als financieringsniveau, de daggeldrente en de fluctuaties. Het is zeker een risicovol product, net zoals opties en warrants. Maar Turbo’s en Sprinters hebben ook meerdere beleggingscategorieën aangeboord, zoals de verschillende grondstoffen en edelmetalen.

Lees verder

© 2009 - 2017 Vrijdenker, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Beleggen in sprinters ING bankBeleggen in sprinters ING bankBeleggen in de sprinters van de ING bank is qua werking vergelijkbaar met het beleggen in de turbo's. U belegt voor een…
Turbo beleggen met geleend geldTurbo beleggen met geleend geldHoe werkt turbo beleggen in 2017? Turbo beleggen is beleggen met voor een gedeelte geleend geld. Doordat u minder eigen…
Gokken op de beursGokken op de beursNaast het beleggen in aandelen kunt u bijvoorbeeld ook beleggen in onroerend goed, buitenlandse valuta en obligaties. He…
Beleggen in vreemde valutaBeleggen in vreemde valutaEr zijn steeds meer mensen die gaan beleggen in een vreemde valuta. Door het kopen en verkopen van dollars, yens, franke…
Termijncontracten kunnen een goudmijn zijnTermijncontracten kunnen een goudmijn zijnWat zijn termijncontracten? Een termijncontract wordt dikwijls gekozen als bescherming tegen een mogelijk nadelige prijs…

Reageer op het artikel "Beleggen in Turbo’s en Sprinters"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Reactie

Guy Habraken, 27-01-2013 21:40 #1
Is klaar en duidelijk. Ga het ook eens proberen.

Infoteur: Vrijdenker
Gepubliceerd: 21-05-2009
Rubriek: Financieel
Subrubriek: Beleggen
Special: Beleggen
Reacties: 1
Schrijf mee!