InfoNu.nl > Financieel > Belasting > Zelfstandigenaftrek en startersaftrek 2016, 2017 en 2018

Zelfstandigenaftrek en startersaftrek 2016, 2017 en 2018

Zelfstandigenaftrek en startersaftrek 2016, 2017 en 2018 De zelfstandigenaftrek is één van de fiscale faciliteiten waar ondernemers aanspraak op kunnen maken om hun belastingdruk te verzachten. In 2016 bedraagt deze aftrek 7.280, net als in 2017 en 2018. Een startend ondernemer heeft bovendien recht op de startersaftrek. In dit geval krijgt hij een extra fiscale aftrek van 2.123. Dit is eveneens een vast bedrag dat niet wordt geïndexeerd, zodat deze hoogte voor zowel 2016 als 2017 en 2018 geldt. De belangrijkste voorwaarde voor deze fiscale kortingen is dat wordt voldaan aan het urencriterium. Hiertoe moeten minimaal 1.225 uren (ongeveer 25 uur per week) aan de onderneming worden gewerkt. Indien daarnaast wordt gewerkt in loondienst (of anderszins), dan geldt bovendien het vereiste dat minimaal de helft van de gewerkte uren aan de onderneming worden besteed (dit is het zogeheten grotendeelscriterium). Bijzondere situaties doen zich bij AOW-gerechtigde ondernemers of wanneer slechts een kleine winst (of verlies) wordt gemaakt.

Rechtvaardiging voor bestaan belastingvoordelen ondernemers

Winst wordt, net als bijvoorbeeld loon, belast in box I van de inkomstenbelasting, dus tegen progressieve en relatief hoge belastingtarieven. Een ondernemer kan echter, anders dan een werknemer met zijn loon, doorgaans niet zijn volledige winst consumeren. Dat wil zeggen, een deel van de winst is bedoeld voor herinvestering of reservering. Aangezien winst desondanks in dezelfde belastingbox en tegen dezelfde belastingtarieven wordt belast als loon, heeft de wetgever enkele belastingverlagingen voor ondernemers ingevoerd, waaronder met name de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Tezamen, worden deze belastingkortingen fiscale ondernemersfaciliteiten genoemd.

Los hiervan, is de zelfstandigenaftrek bedoeld om het ondernemerschap te bevorderen, dus om mensen te stimuleren om ondernemingen te starten en de doorgroei hiervan fiscaal aan te moedigen.

Afschaffing van (sommige) ondernemersfaciliteiten?

De Studiecommissie belastingstelsel, één van de onder het kabinet Balkenende-IV aangestelde praatclubs, bepleitte in 2010 om de zelfstandigenaftrek af te schaffen. Eén van de voornaamste argumenten hiervoor is dat de verschillen in belastingheffing tussen ondernemers en werknemers te groot zijn geworden. Zo kan een startende ondernemer bijna 26.000 verdienen zonder inkomstenbelasting verschuldigd te zijn, terwijl een werknemer (afhankelijk van zijn persoonlijke situatie) slechts ongeveer 6.500 kan verdienen zonder inkomstenbelasting verschuldigd te zijn.

Schijnzelfstandigheid

Het grote verschil in belastingheffing tussen ondernemers en werknemers werkt ook 'schijnzelfstandigheid' in de hand, waarbij de zelfstandigheid slechts gefingeerd wordt om een belastingvoordeel te behalen terwijl in werkelijkheid de facto voor een werkgever wordt gewerkt als ware er een loondienst. Niet alleen de Studiecommissie belastingstelsel, maar ook andere studiecommissies, belangenverenigingen en politieke partijen maken zich hier zorgen om. Anno 2017 zijn er evenwel nog geen plannen om de zelfstandigenaftrek daadwerkelijk af te schaffen.

Geen indexering

Vanaf 2012 is de zelfstandigenaftrek, zoals hieronder nader wordt toegelicht, een vast bedrag. Dit bedrag wordt, anders dan gebruikelijk in het belastingrecht, niet geïndexeerd. De hoogte van de zelfstandigenaftrek blijft zodoende constant, ongeacht verdere prijs- of loonontwikkelingen in de toekomst. In zekere zin wordt de zelfstandigenaftrek dus (langzaam) afgebouwd aangezien het vaste bedrag in reële termen, als gevolg van inflatie, steeds minder 'waard' is.

Hoogte zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek is een bedrag dat een ondernemer, onder bepaalde voorwaarden, in mindering mag brengen op zijn fiscale winst. De zelfstandigenaftrek is zodoende géén heffingskorting deze mogen in mindering op de te betalen belasting worden gebracht , maar een winstverlaging. Hoe groot het belastingvoordeel als gevolg van de zelfstandigenaftrek daadwerkelijk is, uitgedrukt in een verlaging van de te betalen inkomstenbelasting, hangt zodoende af van het marginale belastingtarief dat voor de betreffende ondernemer geldt.

Tot en met 2011: winstafhankelijke hoogte

Tot en met 2011 was de hoogte van de zelfstandigenaftrek winstafhankelijk. Dat wil zeggen, hoe hoger het winstniveau van een ondernemer, des te lager was de zelfstandigenaftrek. Tussen 2007 en 2011 was de zelfstandigenaftrek het hoogst (ongeveer 9.000) wanneer het winstniveau lager was dan grofweg 13.500. Bij een winstniveau boven de grofweg 58.000 was de zelfstandigenaftrek daarentegen het laagst (rond de 4.500).

Vanaf 2012: vast bedrag

Vanaf 2012 bedraagt de zelfstandigenaftrek 7.280. Dit is een vast bedrag en wordt niet geïndexeerd. De zelfstandigenaftrek bedraagt zodoende in 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017 eveneens 7.280. Voor 2018 wordt dit bedrag eveneens gehanteerd. Aangezien het bedrag niet aan de inflatie wordt aangepast, zal de zelfstandigenaftrek naar verwachting ook in 2019, 2020 en de volgende jaren nog 7.280 bedragen. Er zijn echter politieke partijen die de zelfstandigenaftrek willen aanpassen.

Hoogte startersaftrek

Startende ondernemers hebben niet alleen recht op de zelfstandigenaftrek, maar ook op de startersaftrek. Formeel, is de startersaftrek overigens een verhoging van de zelfstandigenaftrek, dus geen zelfstandige aftrekpost. Deze aftrek bedraagt 2.123. De totale zelfstandigenaftrek is voor startende ondernemers zodoende gelijk aan 9.403.

De voorwaarden voor een startersaftrek zijn in de Wet Inkomstenbelasting ingewikkeld geformuleerd (hieronder worden zij toegelicht), maar in de praktijk komt het er doorgaans op neer dat een ondernemer gedurende zijn eerste vijf jaren maximaal drie keer gebruikmaakt van de startersaftrek.

Kritiek op zelfstandigenaftrek 2018

Het aanpassen (verlagen of afschaffen) van de zelfstandigenaftrek wordt volop bepleit door verschillende economen, om zo de fiscale behandeling van werknemers en zelfstandigen meer gelijk te trekken. In de politiek is hier echter nauwelijks steun voor. Van alle politieke partijen bepleit alleen de SGP in het partijprogramma voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 voor een verlaging (met 2.000) van de zelfstandigenaftrek. Andere partijen met kritiek op de vele fiscale kortingen voor zelfstandigen, waaronder GroenLinks en de PvdA, richten hun pijlen op de MKB-winstvrijstelling. De regering heeft bij Prinsjesdag 2017 geen plannen aangekondigd om de zelfstandigenaftrek in 2018 aan te passen.

Voorwaarden zelfstandigenaftrek 2016, 2017 en 2018

Om aanspraak te kunnen maken op de zelfstandigenaftrek, moet iemand allereerst voldoen aan de definitie van het ondernemerschap voor de inkomstenbelasting. Is dit het geval, dan is het tweede vereiste dat aan het urencriterium (waaronder het grotendeelscriterium) wordt voldaan.

Urencriterium

In het kort, komt het urencriterium erop neer dat een ondernemer minimaal 1.225 uur moet besteden aan de werkzaamheden voor zijn onderneming. Indien wordt aangenomen dat een ondernemer ongeveer 49 van de 52 weken in een jaar werkt, dan komt dit neer op 25 werkuren per week. Niet alleen de uren die daadwerkelijk worden gewerkt tellen hierbij mee, maar ook uren die worden besteed aan het zoeken en inwinnen van klanten, het bijhouden van een administratie en, grofweg, al het andere werk dat niet zou zijn verricht wanneer er geen onderneming zou zijn geweest.

Grotendeelscriterium

De wetgever wil alleen de zelfstandigenaftrek toekennen aan mensen voor wie het drijven van een onderneming de hoofdactiviteit is. Dat wil zeggen, wanneer iemand naast zijn onderneming bijvoorbeeld ook nog een dienstbetrekking heeft, dan dient hij zijn tijd grotendeels aan zijn onderneming(en) te besteden om aanspraak te kunnen maken op de zelfstandigenaftrek. Dit wordt het grotendeelscriterium genoemd. 'Grotendeels' betekent in fiscaal jargon 'voor minstens 50%'. Een ondernemer die daarnaast ook nog in loondienst werkt, zal zodoende een urenadministratie moeten bijhouden voor zowel zijn ondernemersactiviteiten als zijn loonarbeid. Uit deze urenadministratie moet blijken dat hij minstens 50% van zijn gewerkte uren aan zijn onderneming heeft besteed.

Voorwaarden startersaftrek 2016, 2017 en 2018

De startersaftrek is, zoals hiervoor toegelicht, een verhoging van de zelfstandigenaftrek. Dit behelst dat een ondernemer alleen recht heeft op de startersaftrek wanneer hij ook recht heeft op de zelfstandigenaftrek.

In de Wet Inkomstenbelasting wordt toegelicht dat een ondernemer recht heeft op de startersaftrek indien aan een tweetal vereisten wordt voldaan:
  • "[hij was] in één of meer van de vijf voorgaande kalenderjaren geen ondernemer";
  • "[in deze vijf jaren] is niet meer dan tweemaal zelfstandigenaftrek toegepast".

Met deze wat ingewikkelde formulering wordt bedoeld dat een ondernemer in zijn eerste vijf jaren de startersaftrek maximaal drie maal mag toepassen. Het is bijvoorbeeld denkbaar dat een ondernemer in de eerste twee jaren nog niet voldoet aan het urencriterium; in dit geval kan hij in het derde, vierde en vijfde jaar van zijn ondernemerschap de startersaftrek toepassen.

Willekeurig afschrijven starters

Indien aan de voorwaarden voor de startersaftrek wordt voldaan, dan heeft de startende ondernemer in 2016, 2017 en 2018 ook recht op willekeurig afschrijven. Met deze fiscale faciliteit kan bijvoorbeeld de investering in een bedrijfsmiddel in een bepaald jaar direct volledig op de fiscale winst in mindering worden gebracht (in plaats van het over meerdere jaren af te schrijven), zodat weinig belasting is verschuldigd in de eerste ondernemingsjaren.

Na bereiken AOW-leeftijd

Tot en met 2006 bestond er een maximumleeftijd van 65 jaar voor recht op de zelfstandigenaftrek. Vanaf 2007 hebben AOW-gerechtigden wél recht op zelfstandigenaftrek, maar wordt de hoogte hiervan beperkt tot 50% van het bedrag waar zij recht op zouden hebben als zij geen AOW-gerechtigde waren geweest. De gedachte hierbij is dat AOW-gerechtigden reeds een AOW-uitkering (en een verlaagde premiedruk aangezien zij geen AOW-premie meer betalen) ervaren, zodat zij minder behoefte hebben aan een verdere belastingkorting.

Hoogte bij AOW-gerechtigde

Een AOW-gerechtigde ondernemer heeft in 2016, 2017 en 2018 (indien aan alle voorwaarden wordt voldaan) recht op een zelfstandigenaftrek ter hoogte van 3.640 (50% van 7.280).

Bij lage winst of zelfs verlies

Het is niet ongebruikelijk dat een ondernemer in zijn beginjaren een relatief lage winst heeft, of zelfs verliezen maakt. In dit geval geldt voor de zelfstandigenaftrek dat deze niet hoger kan zijn dan de positieve winst die de ondernemer maakt. De zelfstandigenaftrek kan er zodoende niet toe leiden dat een ondernemer een fiscaal verlies maakt. Maakt de ondernemer een verlies, dan is de zelfstandigenaftrek nihil.

Niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek

Indien een ondernemer recht had op de zelfstandigenaftrek maar deze door een tekort aan winsten niet heeft kunnen realiseren, dan mag hij de niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek verrekenen in de negen volgende jaren ('carry forward'). Met andere woorden, indien de ondernemer in een volgend jaar wél veel winst maakt, dan mag hij de zelfstandigenaftrek die hij in het voorgaande jaar niet heeft kunnen benutten alsnog op zijn fiscale winst in mindering brengen.

Verband met andere fiscale ondernemersfaciliteiten

Om aanspraak te kunnen maken op de zelfstandigenaftrek (en startersaftrek), moet, zoals hierboven toegelicht, worden voldaan aan de ondernemersdefinitie van de inkomstenbelasting én aan het urencriterium. Indien aan deze twee vereisten wordt voldaan, bestaat er ook recht op de meewerkaftrek en fiscale oudedagsreserve. Daarnaast kan, indien ook aanvullende voorwaarden wordt voldaan, ook recht bestaan op de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk. Voor toegang tot de MKB-winstvrijstelling, stakingsaftrek, herinvesteringsreserve, energie-investeringsaftrek (EIA) en milieu-investeringsaftrek (MIA)/willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) hoeft niet aan het urencriterium te worden voldaan. Voor de EIA en MIA/VAMIL gelden wel weer aanvullende voorwaarden.
© 2016 - 2020 Bl86g, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Ondernemersaftrek 2018 en 2019Ondernemersaftrek 2018 en 2019Wat is de ondernemersaftrek 2016, 2017 en in 2018 en 2019, hoeveel is het, welke zakelijke posten? Welke aftrekposten va…
De zelfstandigenaftrek 2018 en 2019De zelfstandigenaftrek 2018 en 2019De zelfstandigenaftrek 2018 en 2019 en ondernemersaftrek zijn een belangrijke aftrekpost voor veel zelfstandige ondernem…
Aftrekposten ZZPAftrekposten ZZPZZP'ers moeten belastingaangifte van hun inkomen doen. Ze kunnen in aanmerking komen voor verschillende aftrekposten, zo…
Het urencriterium voor ondernemersHet urencriterium voor ondernemersAls je als ondernemer in aanmerking wilt komen voor ondernemersaftrek, waaronder de zelfstandigenaftrek en de startersaf…
Inkomensafhankelijke combinatiekorting 2017Inkomensafhankelijke combinatiekorting 2017In 2017 werk en kinderen combineren geeft het recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting 2017. De inkomensafhank…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Kalhh, Pixabay
  • Inkomstenbelasting alsmede hoofdzaken loonbelasting en premieheffing (Heithuis, Kavelaars en Schuver), 12e druk (2016)
  • Wegwijs in de inkomstenbelasting, Van Arendonk et al. (2015)
  • Cursus Belastingrecht: Inkomstenbelasting 2016/2017 (studenteneditie)

Reageer op het artikel "Zelfstandigenaftrek en startersaftrek 2016, 2017 en 2018"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reactie

Anita, 17-04-2019 11:02 #1
Ik heb een vraagje over de starters aftrek. Ik ben gestart in 2016 met mijn bedrijf. Heb toen de uren gehaald en starters aftrek toegepast. 2017 niet voldoende uren en 2018 gestopt met het bedrijf dus in 2017 en 2018 geen starters aftrek toegepast. Maar ik wil nu tocht weer starten. Maar er staat 5 voorgaande jaren. Wanneer ik reken kan ik dan tm 2021 eventueel gebruik maken van de startersaftrek als ik mijn uren haal. Of reken ik nu verkeerd. In het ene geval wil dus weer starten dit jaar maar dan moet ik het wel snel doen en anders haal ik de uren niet of ik start in 2020 begin van het jaar. Alvast bedankt

Infoteur: Bl86g
Laatste update: 02-10-2017
Rubriek: Financieel
Subrubriek: Belasting
Bronnen en referenties: 4
Reacties: 1
Schrijf mee!