Verzekering en Verzekering

De levensverzekering

De levensverzekering

Over dit product is de laatste tijd veel te doen. Het is, vaak in negatieve zin, constant in de publiciteit. Als je de berichtgeving mag geloven, verdient iedereen er aan, behalve jij. Maar is dat nu ook zo? Een reis door levensverzekeringenland.


Wat is een levensverzekering?

Eigenlijk is het een gekke naam. Als je die naam zo leest, dan krijg je de indruk dat je hier een verzekering aangaat tegen dood gaan. Dat kan natuurlijk niet. Het is een product dat gekoppeld is aan het leven van één of meer personen; de verzekerden. En de uitkering die volgt kan van één of twee zaken afhankelijk zijn:
  • is de verzekerde op een bepaalde tijd nog in leven, en/of
  • is de verzekerde voor een bepaalde tijd overleden.

Wie spelen bij een levensverzekering een rol?

Dat zijn een viertal personen met één tegenpartij: de verzekeringsmaatschappij. Dit viertal personen zijn:
  • de verzekeringnemer;
  • de verzekerde;
  • de premiebetaler;
  • de begunstigde
Vaak wordt dit viertal door dezelfde persoon gevormd, maar er zijn situaties denkbaar waarbij het belangrijk is dat verschillende personen één of meerdere rollen vertolkt. Denk bijvoorbeeld bij overlijden aan de erfenis. Moet er wel of niet successierecht over de uitkering betaald worden. Ook kan het nodig zijn dat A de verzekering neemt, terwijl hij ook verzekerde is, waarbij B de premie betaalt, terwijl C de begunstigde is. Dit zou kunnen als twee partners in een vennootschap onder firma de uitkoop van erfgenamen na overlijden willen regelen. Meerdere combinaties zijn mogelijk en kunnen nuttig zijn.

Verschillende vormen

In basis bestaan er 3 verschillende vormen van levensverzekeringen.

Allereerst is er de overlijdensrisicoverzekering. Hier wordt tegen betaling van een premie het risico verzekerd dat een verzekerde voor een bepaalde tijd komt te overlijden.

Vervolgens is er de kapitaalverzekering, waarbij de verzekerde een kapitaal krijgt uitgekeerd indien hij op de einddatum nog in leven is. Dit zijn spaarvormen. En dit sparen kan in de vorm van garantiekapitaal (een zeker bedrag op einddatum), of een verondersteld kapitaal (een onzeker bedrag op einddatum, afhankelijk van spaar- of beleggingsuitkomsten).

En tot slot is een combinatie van deze twee vormen mogelijk. We spreken dan van een gemengde verzekering al dan niet met garantiekapitaal. Het is met name deze laatste vorm zonder garantie die in de pers de naam van woekerpolis gekregen heeft.

Extra toevoegingen aan de verzekering
Aan de vormen kunnen ook nog extra toevoegingen worden gedaan. Zo kan het overlijdensrisico-element worden uitgebreid met een extra uitkering als het overlijden plaatsvindt ten gevolge van een ongeval (dubo). Bij alle vormen kan de verzekering uitgebreid worden met een premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Word je arbeidsongeschikt, dan neemt het inkomen af. Om dan toch de verzekering door te kunnen zetten, kan dan deze toevoeging gesloten worden.

Waarom nu woekerpolis

Om het product tussen de verschillende verzekeraars te kunnen vergelijken hebben zij afgesproken om bij kapitaalverzekeringen zonder garantie allemaal het verwachte resultaat weer te geven met het zelfde veronderstelde bruto rendement (8%). Zo kon de consument zien bij welke verzekeraar tegen de laagste premie het gewenste, veronderstelde eindbedrag (doelkapitaal) kon worden opgebouwd. Een verzekeraar met hoge kosten vraagt zo meer premie om tot dat doelkapitaal te komen dan een verzekeraar met lage kosten. Het grote struikelblok is nu juist dit veronderstelde bruto rendement van 8%. Allereerst is het waarschijnlijk niet te doen om gedurende de looptijd van een verzekering (30 jaar) elk jaar maar weer 8% rendement te genereren. En vervolgens zegt het nog steeds niets over de kosten in zo’n polis.

Kosten, waar bestaan die uit

De kosten voor een verzekeraar bestaan ruwweg uit drie hoofdgroepen:
  • verwervingskosten;
  • beheerskosten;
  • distributiekosten.
En bovendien wil die verzekeraar nog wat verdienen ook. Dus in de premie is ook een winstmarge opgenomen. Laten we de kosten is nader bekijken.

Verwervingskosten
Dit zijn de kosten die de maatschappij maakt om jou als klant binnen te krijgen. De advertentiekosten, folders en brochures, overhead, etc.

Beheerskosten
Alle kosten voor het administratieve apparaat om de polis op te maken en te beheren, om de beleggingsfondsen operationeel te houden, enzovoort,

Distributiekosten
Hiermee bedoelen wij de kosten om het product te verspreiden. Of dat nu via internet, een bijkantoor of via de bekende tussenpersoon gaat, in alle gevallen maken de verzekeraars kosten.

En daar bovenop
Heb je dan ook nog een overlijdensrisico verzekerd en/of een extra uitkering bij overlijden door een ongeval en/of premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid, dan gaat dat ook van de premie af.

Rest wordt geïnvesteerd
Wat er dan nog aan premie overblijft, wordt uiteindelijk geïnvesteerd in de beleggingsfondsen. Zo kan het gebeuren dat uiteindelijk maar 40% van de premie daadwerkelijk aan sparen toekomt. En als dan ook het resultaat van de beleggingsfondsen nog eens tegen valt, dan heb je alle ingrediënten voor een rel. De maatschappij riep ooit dat je bij 8% rendement na 30 jaar een bedrag van € 100.000,00 over zou houden, maar na 10 jaar is er nog geen € 7.000,00 opgebouwd. En de kans dat dit alsnog gaat lukken, is niet groot.

Wat is nu de conclusie?

Ik denk dat niet zo zeer de problematiek verwerpelijk is, als wel het gebrek aan juiste voorlichting. Het is consumenten niet voldoende duidelijk gemaakt wat het product inhield en wat zij echt mogen verwachten. En naar het zich laat aanzien, gaat daar nu verandering in komen.
© 2007 - 2009 Hypotheekinfo, gepubliceerd in Verzekering (Financieel) op 22-05-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hypotheekinfo is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "De levensverzekering"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.