Hypotheek en Hypotheek

Scheiden fiscaal geen bezwaar- situatie rond de eigen woning

Scheiden fiscaal geen bezwaar- situatie rond de eigen woning

Scheidingen komen steeds meer voor. Sinds 2004 is de trend weer omhoog. Zaak om ook naar de fiscale gevolgen ervan te kijken.


Scheidingsgolf

Statistici leven zich uit op allerhande onderwerpen. Zo ook op scheidingen. Zij vertellen ons dat bij een scheiding de huwelijksduur gemiddeld 14 jaar was, dat man gemiddeld 43 jaar en de vrouw gemiddeld 40 jaar is. Leuk om te weten, maar wat zijn de gevolgen?

Ik heb het hier niet voor de emotionele kant voor ex-partners en hun eventuele kinderen. Hier laat een scheiding meestal diepe sporen na. Zie daarvoor Scheiding en Kind Maar ik richt me meer op de fiscale gevolgen, waarbij ik me beperk tot zaken als: “wat moet er met de woning gebeuren” en “wat te doen met de verzekeringspolissen”. En dan met name in het licht van de fiscale consequenties.

Als rode draad loopt door de belastingwetgeving de defiscaliseringsbepalingen. Dit houdt in dat bepaalde wijzigingen in de persoonlijke situatie van een belastingplichtige vanwege het bijzondere karakter ervan geen fiscale gevolgen hebben. In een serie artikelen zal ik in grote lijnen de volgende onderwerpen behandelen die hierop betrekking hebben:

In dit artikel komt de eigen woning aan de orde.

Echtelijke woning: bij vertrek van een partner

De fiscale hoofdregeling is dat rente op de eigen woningschuld (de hypotheek) die is aangegaan ter verwerving, verbetering of onderhoud van de woning aftrekbaar is van het inkomen in box 1. Het eigen woningforfait (de fiscale bijtelling) is belast. Voorwaarde voor dit alles is onder andere dat de woning dient tot hoofdverblijf.

In de meeste gevallen hebben we te maken met:
  • Een echtpaar dat getrouwd is in gemeenschap van goederen, of:
  • Een echtpaar, waarvan in ieder geval de eigen woning gemeenschappelijk bezit is, of:
  • Ongehuwd samenwonenden met een gezamenlijke eigen woning die gekozen hebben voor fiscaal partnerschap.

Voor die situaties geldt het volgende:
Vanaf het moment dat een vertrekkende partner de voordeur (of de achterdeur) achter zich dicht trekt en het voornemen heeft om niet meer terug te keren, is het huwelijk dan wel de samenleving in fiscale zin gescheiden. Het gevolg van dit vertrek is, dat de samenwonenden geen fiscale partners meer van elkaar kunnen zijn. Vanaf dat moment moeten zij zelfstandig de helft van de lasten (rente eigen woningschuld) en de lusten (eigenwoningforfait) in de aangifte inkomstenbelasting verwerken. Overheveling naar de één of de ander om zodoende optimaal te kunnen profiteren van het hogere belastingtarief van een van de ex-partners is er dan niet meer bij. Overigens kan in het jaar van vertrek nog wel de partnerregeling van toepassing blijven als beiden daarom verzoeken.

Volgens de hoofdregel kan de vertrekkende partner de eigen woning in het aangiftebiljet niet meer kwijt. Immers hij voldoet niet meer aan het criterium dat de woning moet strekken tot hoofdverblijf! Via de defiscaliseringsbepaling komt de fiscus hieraan tegemoet. In de eerste 24 maanden laat zij dit criterium los en kan de vertrekkende partner alsnog aftrek van rente claimen. De tegenhanger is wel dat, dat de eigenwoningforfait voor de helft wordt belast als inkomen. Maar dat kan weer in mindering gebracht worden als betaalde alimentatie.

De achterblijvende partner wordt belast voor de andere helft van het eigenwoningforfait en wordt belast voor de 2e helft als de ex het bedrag als alimentatie in mindering op zijn inkomen heeft gebracht.

Eigen woning: na vertrek van de partner

Goed, de vertrekkende partner kan nog 24 maanden gebruik maken van de aftrekbare rente. Daarna zakt de woning definitief zonder renteaftrek van box 1 naar box 3. Zaak dus om binnen deze periode van boedelscheiding definitief af te ronden. Er van uit gaande dat de zittenblijvende partner de echtelijke woning volledig in eigendom krijgt, dan spelen de volgende zaken een rol.

A. Bijleenregeling
Omdat de vertrekkende partner zijn eigendom verkoopt, krijgt hij – bij een overwaarde – een eigenwoningreserve. Deze reserve wordt hij fiscaal verondersteld te herinvesteren in een nieuwe woning. Besluit hij tot huren en de huurperiode duurt langer dan 5 jaren, dan vervalt de eigenwoningreserve weer.

B. Dertig jarentermijn renteaftrek
De vertrekkende partner heeft al een aantal jaren renteaftrek genoten. Vanaf 2001 is de renteaftrek beperkt tot een maximum termijn van 30 jaar. Indien op basis van het partnerschap de renteaftrek bij wisselende partners heeft plaatsgevonden, dan is wat boekhoudwerk nodig om vast te stellen wie, hoelang renteaftrek heeft genoten. In ieder geval wordt voor de vertrekkende partner de toekomstige renteaftrek in duur beperkt. Een voorbeeld ter verduidelijking.

Voorbeeld

A is net gescheiden. De oude woning is getaxeerd op € 240.000,-. Samen met zijn toenmalige partner heeft hij de woning in 2002 gekocht voor € 190.000,-. De hypotheek bedroeg € 210.000,-. Hij heeft de helft van de waarde minus de helft van de hypotheek uitbetaald gekregen (€ 25.000,-).

Hij besluit voor € 260.000,- een nieuwe woning te kopen. Inclusief kosten moet hij € 285.000,- financieren. De financieringsopzet ziet er als volgt uit.
Aankoop inclusief kosten € 285.000,-
Af:eigen inbreng € 25.000,-
Nieuwe hypotheek€ 260.000,-

Van de nieuwe hypotheek is de rente over € 95.000,- nog 24 jaar aftrekbaar (50% oude hypotheek). De rente over het restant van € 165.000,- is weer voor 30 jaar aftrekbaar. Hij heeft de geïncasseerde overwaarde op de oude woning keurig geherinvesteerd in de nieuwe woning, de beperking van de duur van de renteaftrek netjes meegenomen en het restantbedrag van de hypotheekverhoging fiscaal correct in box 1 laten vallen.
© 2007 - 2009 Hypotheekinfo, gepubliceerd in Hypotheek (Financieel) op 31-07-2007, laatst gewijzigd op 08-08-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hypotheekinfo is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Scheiden fiscaal geen bezwaar- situatie rond de eigen woning"


Door Jbos op 14-10-2008

Wat gebeurt er fiscaal als later blijkt dat de belastinginspecteur van mening is dat de overeengekomen overwaarde, die is afgekocht, lager is dan de echte marktwaarde? Kan hij dan een hogere eigenwoningrezerve bepalen, dan het bedrag wat je hebt gekregen en kan dat nog andere fiscale gevolgen hebben?
Nu er een daling van de huizenprijzen wordt geconstateerd en een verdere daling wordt verwacht, is de achterblijvende partner niet zo enthausiast om de volle huidige overwaarde aan zijn vertrekkende partner na te laten. Reactie infoteur op 15-10-2008:Beste Bezoeker,

Als het goed is, zal bij echtscheiding de waarde objectief vastgesteld worden op het moment van scheiden. Dan doet het er niet zo toe wat de waarde-ontwikkeling in de toekomst zijn zal.

Als de waarde bewust lager wordt gesteld om, bijvoorbeeld, de vertrekkende partner een lagere eigenwoningreserve te laten verkrijgen, dan kan de Inspecteur achteraf hiervan afwijken. Het criterium blijft ten slotte de waarde in het economisch verkeer.

Een te lage eigenwoningreserve kan leiden tot een hogere renteaftrek in box 1. Overige fiscale voor- of nadelen zie ik zo snel niet.

Hypotheekinfo