Spaarboekjes: populair maar weinig rendabel
Iedereen in België heeft wel één of enkele spaarboekjes. En dat is best te begrijpen. Geld storten en afhalen gaat immers erg vlot: er zijn geen formaliteiten, u zit niet vast aan een looptijd en er geldt geen minimumbedrag voor stortingen of afhalingen. Kortom: een gemakkelijker manier om te sparen bestaat er niet.Spaarboekrente
Dat gemak verklaart waarom het oude getrouwe spaarboekje zo goed is ingeburgerd in ons land. Maar een spaarboekje heeft ook zijn nadelen: de renteberekening is bijzonder ingewikkeld. Wellicht weten slechts weinigen precies te vertellen hoeveel rente ze erop krijgen. En dat is ook niet verwonderlijk. De spaarboekrente bestaat namelijk uit drie afzonderlijke componenten: de basisrente, de aangroeipremie en de getrouwheidspremie. De basisrente krijgt u altijd. Maar de aangroei- of getrouwheidspremie krijgt u maar als de storting aan bepaalde voorwaarden voldoet. En dat is niet altijd zo eenvoudig na te gaan.Maar laat ons beginnen met de basisrente. Die wordt toegekend op het volledige tegoed dat op de rekening staat. De berekening ervan is vrij eenvoudig. Op het einde van het jaar wordt nagegaan hoelang de tegoeden op uw rekening stonden en de basisrente wordt pro rata temporis berekend. Als valutadag voor stortingen geldt altijd de bankwerkdag na de storting. Stort u geld op maandag 3 januari, dan moet de rente dus beginnen lopen vanaf 4 januari. Voor afhalingen hebben de banken de keuze tussen twee systemen: ofwel nemen ze als valutadag de eerste bankwerkdag van de lopende halve maand, ofwel nemen ze de zevende bankwerkdag die de afhaling vooraf gaat. Vanaf 2001 verandert het systeem lichtjes. Het begrip bankwerkdag moet dan vervangen worden door kalenderdag. En als valutadag voor geldafhalingen, mag de bank dan nog uiterlijk 7 kalenderdagen teruggaan. Of met een voorbeeld: haalt u geld af op 10 januari, dan mag de renteberekening ten vroegste op 3 januari stoppen.
Rentepremies
Naast deze basisrente, die volgens de wet maximum 4 procent mag bedragen, kan u, zoals gezegd, ook rentepremies verwerven: de zogenaamde aangroei- en getrouwheidspremies. Deze premies mogen maximum de helft bedragen van de basisrente en mogen niet gecumuleerd worden, schrijft de wet voor. Wanneer u recht heeft op de ene premie en wanneer op de andere, is echter bijzonder onduidelijk. Elke bank hanteert op dat vlak zijn eigen regels en die wijken vaak sterk van elkaar af. Dat maakt dat de premies van de ene bank totaal onvergelijkbaar zijn met die van een andere bank. Zo kan een aangroeipremie van l procent bij bank X minder rente opleveren dan een aangroeipremie van 0,5 procent bij bankY. En soms kan u zelfs beter helemaal geen aangroeipremie hebben maar in de plaats daarvan een royale getrouwheidspremie.De oorzaak van deze onduidelijkheid ligt in de wet zelf. Die bepaalt dat de aangroeipremie enkel mag worden toegekend op nieuwe spaardeposito’s die minimaal zes maanden op de rekening staan. De periode waarover de aangroeipremie moet worden berekend, wordt echter niet gespecifieerd. Dat mag elke bank voor zichzelf invullen. Sommige banken laten zich hier van hun royale kant zien en kennen, zodra het geld zes maanden op de rekening staat, de aangroeipremie met terugwerkende kracht toe vanaf de datum van de storting tot het moment waarop de getrouwheidspremie verworven wordt. Dat kan, naargelang de berekeningswijze van de getrouwheidspremie, een periode van meer dan één jaar zijn. Een aantal andere banken zien het echter anders en berekenen de aangroeipremie enkel over de periode van de eerste zes maanden alleen. Na zes maanden valt u dan terug op de basisrente alleen. In zo’n geval kan een aangroeipremie van l procent minder interessant zijn dan één van 0,5 procent die evenwel over een veel langere periode wordt uitbetaald.
Getrouwheidspremie
En met de berekeningswijzen van de getrouwheidspremies is het nog erger gesteld. Hier biedt de wet twee verschillende mogelijkheden aan de banken. Een eerste mogelijkheid stelt dat een getrouwheidspremie mag worden toegekend voor bedragen die minstens twaalf opeenvolgende maanden op de rekening staan. Wie op l februari 2008 geld stort, moet dus wachten tot l februari 2009 vooraleer hij het recht op een getrouwheidspremie verwerft. Als andere mogelijkheid stelt de wetgever dat een getrouwheidspremie mag worden uitbetaald wanneer tijdens éénzelfde kalenderjaar een tegoed minstens elf opeen volgende maanden op de rekening staat. Pech dus voor iemand die het geld in maart 2008 stort en het anderhalf jaar later, in september 2009 weer afhaalt. Noch in 2008, noch in 2009 staat het geld dan immers 11 opeenvolgende maanden op de rekening. Over geen van beide jaren wordt dus een getrouwheidspremie uitbetaald.Wat het stelsel echter compleet ondoorzichtig maakt, is dat ook hier met geen woord wordt gerept over de periode waarover de getrouwheidspremie moet worden uitbetaald. Werkt de bank niet met aangroeipremies, dan heeft ze de mogelijkheid om, zodra de gelden aan één van bovengestelde voorwaarden voldoen, de getrouwheidspremie met terugwerkende kracht te berekenen vanaf de eerste dag dat het geld op de rekening stond. Maar het kan ook anders: de bank mag de toekenning van de premie ook beperken tot de periode waarin aan de gestelde voorwaarde voldaan is. Tijdens het eerste jaar (of langer) kan u in zo’n systeem nooit van een getrouwheidspremie genieten (maar dan eventueel wél van een aangroeipremie).
U zal begrijpen dat wat betreft de berekening van de rentepremies op spaartegoeden er ongeveer evenveel verschillende systemen bestaan als er banken zijn. Kiest u voor bank X omdat die een aangroeipremie geeft van 1,5 pro-cent bovenop een basisrente van 2 procent dan bent u dus niet noodzakelijk beter af dan met een spaarboekje van bank Y die een basisrente geeft van 2,5 procent maar helemaal geen aangroeipremie. Bovendien kan nooit in algemene termen worden gesteld welke bank de interessantste voorwaarden biedt. Alles hangt immers af van het moment van uw stortingen en geldafhalingen.
Concurrentie
Deze complexiteit maakt elke zinnige vergelijking van spaarboektarieven onmogelijk. Wat meer transparantie zou dan ook een goede zaak zijn. Initiatieven om renteberekening doorzichtiger te maken, worden vanuit de bankwereld echter niet gestimuleerd. Meer duidelijkheid betekent immers dat er ook meer plaats komt voor concurrentie. En dat is nu net wat de banken niet willen. Meer concurrentie leidt immers tot hogere rentevergoedingen en zou dan ook wel eens het einde kunnen betekenen van het spaarboekje als bron van goedkope werkmiddelen. Voor de banken is het huidige complexe systeem dan ook eerder een zegen dan een plaag. Maar als spaarder bent u daar allerminst mee gebaat. De spaarrekeningrente van de verschillende banken vergelijken is immers nagenoeg onmogelijk.Maar één ding is wel duidelijk: naar welke bank u ook stapt, de rente op de gewone spaarboekjes ligt al jaren erg laag. Mits wat shoppen kan u weliswaar hier of daar een half procentje extra verdienen, maar veel loont al dat zoeken niet. De ‘grote’ banken afficheren doorgaans nagenoeg identieke tarieven. En dat zijn gewoonlijk de laagste tarieven die er op de markt te vinden zijn.
Voordelen
Wat betreft de rentevergoeding zijn spaarboekjes dus meestal niet buitengewoon aantrekkelijk. Maar spaarboekjes hebben wel andere voordelen. Een belangrijk pluspunt van een spaarrekening is onbetwist dat het geld ten allen tijde beschikbaar is en op een vlotte wijze kan worden opgenomen. Verder is ook de vrijstelling van roerende voorheffing een belangrijke troef voor deze spaarvom. Zolang de interesten op een spaarboekje niet hoger oplopen dan 1.400 € per jaar (dat bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd), hoeft de bank geen belasting in te houden op de uitbetaalde rente. Ontvangt u meer interest, dan moet u het surplus aangeven op uw belastingaangifte en zal u op uw aanslagbiljet vaststellen dat er 15 procent roerende voorheffing wordt aangerekend op die surplusinteresten (vermeerderd met de gemeentelijke opcentiemen die in uw gemeente van toepassing zijn).Hoewel deze grens per gezin geldt en niet per rekening, wordt in de praktijk zelden of nooit belasting betaald op de interesten van spaarboekjes. Zelfs niet door gezinnen die méér dan 1.400 € aan spaarboekinteresten ontvangen. Het wordt immers niet gecontroleerd of in één gezin meerdere spaarrekeningen bestaan en hoeveel interesten er daarop in het totaal worden ontvangen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat heel wat gezinnen meerdere boekjes aanhouden, op de namen van verschillende gezinsleden op bij verschillende banken, en op die manier meer dan 1.400 € aan rente belastingvrij ontvangen. Deze de facto vrijstelling maakt dat bruto gelijk wordt aan netto. En ook dat verklaart waarom spaarboekjes zo populair zijn.
© 2008 - 2012 Guy1962, gepubliceerd in Geld (Financieel) op .
Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Guy1962 is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…
Sparen met een negatief rendement De economische crisis begint voor velen zwaar te wegen. Daar waar topmannen bij de grot…
De Europese Spaarrichtlijn Europa kent in de diverse landen nog markante verschillen in de financiële spaarmogelijkheden.…
Voordelen van Groene Stroom Groene stroom wordt steeds populairder. Steeds meer particulieren en bedrijven besluiten hier…
Minilening 18 jaar populair bij jongeren Snel geld lenen kan via een flitslening of sms-krediet. Het is zeer populair bij…
Gerelateerde artikelen
Je spaargeld is meer waard op het internet Online bankieren is al een tijdje in opgang. Tijdens de financiële crisis werd…Sparen met een negatief rendement De economische crisis begint voor velen zwaar te wegen. Daar waar topmannen bij de grot…
De Europese Spaarrichtlijn Europa kent in de diverse landen nog markante verschillen in de financiële spaarmogelijkheden.…
Voordelen van Groene Stroom Groene stroom wordt steeds populairder. Steeds meer particulieren en bedrijven besluiten hier…
Minilening 18 jaar populair bij jongeren Snel geld lenen kan via een flitslening of sms-krediet. Het is zeer populair bij…
Reageer op het artikel "Spaarboekjes: populair maar weinig rendabel"
Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Bronnen en referenties
- Bron: Geldwijzer