Heffing voor werken in onroerende staat (BE)

Het in België geldende BTW- systeem voor het laten uitvoeren van werken in onroerende staat werd in 2002 volledig gewijzigd en behoort heden tot een van de modernste van Europa.
Sinds het jaar 2002 zien we dat de BTW voor werk in onroerende staat verricht door een in België gevestigde aannemer verschuldigd door de in België gevestigde medecontractant die gehouden is tot het indienen van een periodieke BTW-aangifte of door de niet in België gevestigde medecontractant die een individuele aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen.

Dit laatste vormt dus een uitbreiding op het stelsel van de verlegging van de heffing naar de medecontractant. De schuldenaar van de BTW is dan krachtens art. 20 van K.B. nr. 1 de medecontractant. De factuur vermeldt “Belasting te voldoen door de medecontractant, artikel 20 van het K.B. nr. 1”.

Is niet voldaan aan de bovenstaande voorwaarden dan is art. 51, §2, 5° eventueel nog toepasselijk. De factuur dient in dat laatste geval de vermelding “Belasting te voldoen door de medecontractant – BTW-Wetboek, art. 51, §2” te bevatten in de plaats van de vermelding van de BTW-tarieven en van de bedragen van de verschuldigde BTW.

Zijn de toepassingsvoorwaarden voor de verlegging van de heffing niet voldaan dan is het criterium van artikel 21, §3, 1° W.B.T.W. (plaats waar het onroerend goed gelegen is) van toepassing in samenlezing met K.B. nr. 5 van het W.B.T.W. voor zover het gaat om diensten die bestaan uit werk in onroerende staat. De schuldenaar van de BTW wordt in dat geval bepaald door art. 51, §1, 1° W.B.T.W. (de dienstverrichter).

Het begrip “gevestigd” zijn in een lidstaat

Voor de toepassing van de bepalingen van het W.B.T.W. en de ter uitvoering ervan genomen besluiten, wordt een BTW-belastingplichtige beschouwd als in België gevestigd wanneer hij in België beschikt over:

  • zijn woonplaats (indien het om een natuurlijke persoon gaat)
  • zijn maatschappelijke of statutaire zetel (indien het om een rechtspersoon gaat)
  • of een vaste inrichting

De administratie (circulaire 4/2003) beschouwt dat een BTW-belastingplichtige over een vaste inrichting hier te lande beschikt wanneer de volgende drie voorwaarden samen vervuld zijn:

  • a)de BTW-belastingplichtige heeft hier te lande een directiezetel, een filiaal, een fabriek, een werkplaats, een agentschap, een magazijn, een kantoor, een laboratorium, een inkoop- of verkoopkantoor, een opslagplaats of enige andere vaste inrichting, met uitsluiting van de bouwwerven. Dit ongeacht de duur van de bouwwerken.
  • b)de in a) bedoelde inrichting wordt beheerd door een persoon die bekwaam is om de BTW-belastingplichtige te verbinden tegenover de leveranciers en de klanten.
  • c) de in a) bedoelde inrichting verricht op geregelde wijze handelingen bedoeld in het W.B.T.W. : leveringen van goederen of dienstverrichtingen.

Is men gevestigd in België dan geschiedt de factureringsstroom steeds via de vestiging, ook al is deze in het geheel niet tussengekomen bij de handelstransactie.

Het beschikken over een rechtstreeks identificatienummer, het hebben laten erkennen van een individuele aansprakelijke vertegenwoordiger of een vooraf erkend persoon betekent dus niet dat men gevestigd is in de betrokken Lidstaat.

Volgende tabel geeft een systematisch overzicht van de besproken problematiek en wil een praktisch werkinstrument vormen.

We geven hierna een aantal voorbeelden om de werking van deze tabel te illustreren.

Voorbeeld 1

Een Belgische aannemer verricht werk in onroerende staat voor de Belgische vestiging van een Nederlandse onderneming.

Oplossing: De plaats van de dienst is België (art. 21, §3, 1° W.B.T.W. en art. 1 van K.B. nr. 5). De schuldenaar van de BTW is de medecontractant (art. 51, §4 W.B.T.W. en art. 20 van K.B. nr. 1). De Belgische aannemer maakt een factuur op zonder BTW. De factuur vermeldt “Belasting te voldoen door de medecontractant, artikel 20 van het K.B. nr. 1”.

Voorbeeld 2

Een Nederlandse aannemer die in België is gevestigd, verricht werk in onroerende staat in België voor een Franse firma die in België voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd via een individuele aansprakelijke vertegenwoordiger.

Oplossing: De plaats van de dienst is België (art. 21, §3, 1° W.B.T.W. en art. 1 van K.B. nr. 5). De schuldenaar van de BTW is de medecontractant (art. 51, §4 W.B.T.W. en art. 20 van K.B. nr. 1). De Belgische aannemer maakt een factuur op zonder BTW. De factuur vermeldt “Belasting te voldoen door de medecontractant, artikel 20 van het K.B. nr. 1”. De factureringsstroom gebeurt via de Belgische vestiging van de Nederlandse aannemer.

Voorbeeld 3

Een in Duitsland gevestigde aannemer verricht werk in onroerende staat in België voor een Belgische onderneming, indiener van periodieke BTW-aangiften.

Oplossing: De plaats van de dienst is België (art. 21, §3, 1° W.B.T.W. en art. 1 van K.B. nr. 5). De schuldenaar van de BTW is de medecontractant (art. 51, §2, 5° W.B.T.W.).

De Duitse aannemer maakt een factuur op zonder BTW. De factuur dient in dat laatste geval de vermelding “Belasting te voldoen door de medecontractant – BTW-Wetboek, art. 51, §2” te bevatten in de plaats van de vermelding van de BTW-tarieven en van de bedragen van de verschuldigde BTW.

Deze factuur moet ten minste de naam, het adres en het BTW-identificatienummer van de bij de handeling betrokken partijen, de aard en hoeveelheid van de geleverde goederen of diensten, de prijs en het toebehoren ervan vermelden. Indien deze factuur niet de vereiste vermeldingen bedoeld in art. 5, §1 van K.B. nr. 1 bevat moet de medecontractant deze zelf aanvullen voor de uitoefening van zijn recht op aftrek.

Voorbeeld 4

Een in Duitsland gevestigde aannemer verricht werk in onroerende staat in België voor de Belgische vestiging van een Franse onderneming.

Oplossing: Zie oplossing bij voorbeeld 3.

Voorbeeld 5

Een in Duitsland gevestigde aannemer verricht werk in onroerende staat in België voor een Duitse onderneming die in België voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd met aanstelling van een individuele aansprakelijke vertegenwoordiger.

Oplossing: Zie oplossing bij voorbeeld 3.

Voorbeeld 6

Een in Duitsland gevestigde aannemer verricht werk in onroerende staat in België voor een Franse onderneming die niet in België gevestigd is en die in België voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd onder een globale aansprakelijke vertegenwoordiger.

Oplossing: De plaats van de dienst is België (art. 21, §3, 1° W.B.T.W. en art. 1 van K.B. nr. 5). De schuldenaar van de BTW is de dienstverrichter (art. 51, §1, 1° W.B.T.W.). De Duitse aannemer maakt een factuur op met BTW. De Duitse aannemer zal zich in principe in België moeten rechtstreeks identificeren.
© 2011 - 2012 Avalon, gepubliceerd in Belasting (Financieel) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
BTW - omzetbelasting startende ondernemer Als ondernemer heeft u ook te maken met de heffing van omzetbelasting of BTW (b…
Wat is BTW en accijns BTW en accijns zijn twee soorten van belasting die consumenten moeten betalen over gebruiksgoeden.…
Zijn btw-vriendelijke structuren voor scholen wel houdbaar? Gemeenten hebben bij de bouw van schoolgebouwen soms gebruik…
De belastingen in Nederland zijn hoog De meeste Nederlanders zullen de belastingen en vooral de inkomstenbelasting in ons…
BTW herziening mogelijk voor WETRA-velden? Steeds meer gemeenten willen op hun sportparken bij het gelegenheid geven tot…

Reageer op het artikel "Heffing voor werken in onroerende staat (BE)"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Avalon
Rubriek: Financieel
Subrubriek: Belasting
Schrijf mee!