Belasting en Financiering

Verschil tussen het Begrotingstekort en Financieringtekort

Verschil tussen het Begrotingstekort en Financieringtekort

De 3e dinsdag van september wordt altijd het begrotings- en financieringstekort bekendgemaakt. Maar wat is het verschil er tussen? En wat hebben ze met elkaar te maken? Dit zal ik u in het volgende artikel proberen uit te leggen. Ik heb dit ingedeeld in 2 deelvragen: 1. Wat is het begrotingstekort? 2. Wat hebben het begrotingstekort en het financieringstekort met elkaar te maken?


Wat is het begrotingstekort?

Nederland geeft al jaren meer uit dat het aan belastingen binnenkrijgt. In het jaar 2000 heeft het Rijk voor in totaal 239 miljard gulden aan uitgaven begroot, terwijl er voor 224 miljard aan inkomsten tegenover staan. Er is in 2000 dus een begrotingstekort van 15 miljard gulden. Dat geld moet de overheid lenen. Maar over die leningen moet rente worden betaald. Het bedrag dat jaarlijks aan rente moet worden afgelost is een van de grootste uitgavenposten geworden. Met het betalen van de rente heb je echter de schuld nog niet afbetaald. Omdat Nederland al tientallen jaren meer geld uitgeeft dat het binnenkrijgt, is de staatsschuld inmiddels tot een gigantisch bedrag (honderden miljarden guldens) opgelopen.

Het beleid van opeenvolgende regeringen de afgelopen jaren is erop gericht om het gat tussen de uitgaven en de inkomsten van het Rijk kleiner te laten worden. Dat lukt, want is in 2000 het begrotingstekort 15 miljard gulden, in 1999 was dat nog 18 miljard. Doordat het tekort steeds kleiner wordt, hoeft Nederland ook minder geld te lenen, waardoor er ook minder rente hoeft te worden betaald. En door jaren van bezuinigen is ook de staatsschuld afgenomen. Het begrotingstekort en de staatsschuld blijven, ondanks dat ze dalen, enorme bedragen. Want een begrotingstekort van 15 miljard is onvoorstelbaar groot. Maar daar staat ook wat tegenover. Want een land geeft niet alleen geld uit, het produceert ook van alles. Dan scheelt het natuurlijk enorm als er in een land met een tekort van 15 miljard jaarlijks voor 500 miljard gulden aan goederen wordt geproduceerd, of dat de productie een omvang heeft van 1000 miljard.

Daarom kan het begrotingstekort (en de staatsschuld) pas goed bekeken worden als percentage van het Bruto Binnenlands Product (dat is de totale productie van een land). Als je dat doet, dan zie je pas hoe het begrotingstekort en de staatsschuld de afgelopen jaren zijn gedaald. Want in 1995 was het begrotingstekort nog 4,2% van het BBP. In het jaar 2000 is dat nog maar een half procent. Als we zo doorgaan dan komt er nog een tijd dat de uitgaven en inkomsten van het Rijk in evenwicht zullen zijn. Wie weet, maken we het zelfs nog een keer mee dat de inkomsten hoger zullen zijn dan de uitgaven. Maar die kans is heel klein, want politici hebben de onweerstaanbare behoefte om zo gauw er meer inkomsten zijn, dat geld (en vaak nog meer dat wat er in kas is) ook direct weer uit te geven. Ook de staatsschuld is de afgelopen jaren gedaald, van 77,9% van het BBP in 1994 tot 62,2% in het jaar 2000.

Waar worden al die miljarden op de begroting aan uitgegeven? Verreweg het grootste bedrag (43,1 miljard) gaat naar het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Daarna volgt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (33,1 miljard.) De aflossing van de rente op de staatsschuld is met 29,1 miljard volgend jaar in grootte de derde uitgavenpost. Zorg is ook een grote uitgavenpost maar niet zo groot als de hiervoor genoemde. En waar komt dat geld vandaan? Uiteraard uit de diverse belastingen die we met z`n allen moeten betalen. De BTW, die we betalen over elk product dat we kopen, levert het meeste op (77,1 miljard), daarna volgen de loon- en inkomstenbelasting (62,4 miljard) en de vennootschaps- belasting (die betaald wordt door bedrijven): 42,0 miljard.

Wat hebben het financieringstekort en het begrotingstekort met elkaar te maken?

Het financieringstekort is het verschil tussen de uitgaven en ontvangsten die de regering in de rijksbegroting bekend heeft gemaakt. Een onderdeel van die uitgaven is de aflossing van de staatsschuld. Deze aflossingen komen echter vaak weer beschikbaar, omdat de beleggers graag bereid zijn geld aan het Rijk te lenen. Het financieringstekort is het begrotingstekort verminderd met de (herleenbare) aflossingen van de staatsschuld. In het geval waar de overheid dus aflost (wat de laatste jaren gebeurt) is het financieringstekort altijd kleiner dan het begrotingstekort. Het begrotingssaldo is het totaal van de overheidsuitgaven verminderd met het totaal van de overheidsontvangsten. Overtreffen de uitgaven de ontvangsten, dan is er sprake van een begrotingstekort. Het begrotingstekort laat zien hoeveel de minister van Financiën bruto moet lenen. Bruto, want in het uitgaventotaal zijn ook begrepen de aflossingen die in het betreffende jaar zijn gedaan op de bestaande staatsschuld. Voor een deel gaat het dus om bedragen die worden afgelost en vervolgens opnieuw worden geleend.

Door het uitgaventotaal van de overheid te verminderen met de totale overheidsontvangsten wordt het begrotingstekort gevonden (aangenomen dat de uitgaven de ontvangsten overtreffen). Door het begrotingstekort te verminderen met de aflossing op de staatsschuld wordt het financieringstekort verkregen. Het financieringstekort laat zien met welk bedrag de staatsschuld in het betreffende jaar toeneemt.
© 2006 - 2010 Sonisch, gepubliceerd in Belasting (Financieel) op 15-11-2006. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Sonisch is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Verschil tussen het Begrotingstekort en Financieringtekort"


Door Md op 26-10-2008

Geldt bij het financieringstekort niet dat, behalve de aflossingen, ook de rentes moeten worden verminderd van het begrotingstekort?